De weg naar Stompwijk, II

Toen ik een tijdje terug hier gewag maakte van een schilderij aangeduid met “De weg naar Stompwijk“, veronderstelde ik dat het hiermee wel gedaan was, maar…

Toen ik een tijdje geleden nog zo eens wat zat rond te googelen op zoek naar afbeeldingen van landschappen in de buurt van Stompwijk, vond ik een schilderij met een aanduiding “Landschap bij Leidschendam”.

Verrast was ik, kijk maar, rechts “De weg naar Stompwijk” links het “Landschap bij Leidschendam” 1 .

Landschap bij Leidschendam, Roelofs

Landschap bij Leidschendam, Roelofs

De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

Zoek de verschillen! In werkelijkheid verschillen de schilderijen van grootte, maar voor het dramatisch effect heb ik ze hier ongeveer even breed gehouden.

  1. Bron: http://www.metzemaekers.com/archief/49067/landschap-bij-leidschendam.html []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | Een reactie plaatsen

Nogmaals Stompwijk in de Middeleeuwen

In mijn blog ‘Stompwijk in de Middeleeuwen‘ verwees ik naar het boek van Daams en De Kort 1 , p. 35, omdat daar werd vermeld dat in 1283 Stompwijk voor het eerst werd genoemd in de oude administratie van de Graven van Holland. Zij noemden een zekere Mouwerin van Stompwijk die in het oudst bewaarde administratieve stuk wordt genoemd als landeigenaar in 1283 2 . Geen eigenaar van land in Stompwijk, maar van land elders, maar de naam geeft in ieder geval aan dat Stompwijk als plaats bestond.

Het probleem was echter het genoemde jaartal, want het handschrift van de schrijver van dit onderdeel in het grafelijke register is te dateren op rond 1347 3 en ik vroeg mij dan ook af waar het jaar 1283 bij Daams en De Kort vandaan kwam. Inmiddels ben ik een stapje verder gekomen, dankzij Frans Jansen die mij meldde dat hij in 1968 de vragen naar het voor het eerst voorkomen van de naam Stompwijk en naar de betekenis van de naam Stompwijk voorlegde aan, daar komt het, De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen : Centrale commissie voor onderzoek van het Nederlandse volkseigen, afdeling naamkunde (toponymie en anthroponymie).

Ik citeer uit de antwoordbrief (in bezit van Frans) van de Akademie:

De oudste vorm van Stomwpijk is ‘Die Wiic’. We vinden deze vorm in het oudste register van de graven van Holland dat wij nog bezitten. Dit dateert uit de jaren 1281-1284.

Et voilà, daar staat het 1281-1284. Het moet deze verwijzing zijn die de heren Daams en De Kort ertoe heeft gebracht om 1283 te noemen. 1283 heeft echter betrekking op de oudste verwijzing naar Stompwijk, niet naar de persoon Mouwerin van Stompic.
Ik citeer uit het register -dat ik dus ook al gebruikte in mijn hierbovengenoemde eerdere blog- de volledige paragraaf geschreven door schrijver ‘A’ die actief was in de genoemde periode, 1281 – 1284 4

[117.] Didderic vander Borch sine woninghe tussen Wille Toins ende Arnout ver Bertraden sone ende streket vanden Vliete tot Mitsvein ende achtiengharden tusscen Arnout den seluen ende Florens Hughen broder, ende ovver den Vliet ieghen die kerke van Vorburg achtiengharden en strecken an Noitdorper wech ende .xx. morghen west wart of dar an ( dese hout siin broder Willem van hem ) ende tvalf garden dar bi, ende ix garden die lecghet vanden Vliete anden Ouden wech ende .v. morghen iegen die Wiic.

Als uitleg bij deze paragraaf schrijft Muller 5 dat ‘Mitsvein’ het gebied tussen Den Haag en Voorburg was, dat ‘ovver de Vliet’ slaat op Tedingerbroek, de ‘Ouden wech’ de dorpsweg van Voorburg is en dat ‘die Wiic’ slaat op Stompwijk.

De voetnoot is aangevuld 6 .

  1. Over, door en om de Leytsche Dam : Geschiedenis van een gouden gemeente / Daams, Drs.F.H.C.M. & J.D. de Kort Sr. – Leidschendam, 1988. []
  2. in: Het oude register van Graaf Florens (met bijlagen en registers / Mr. S. Muller. In: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel 22, pag. 90-269. – Amsterdam, 1901. Meer specifiek pagina bladzijde 240 van het artikel of folio 59r van de tekst []
  3. Muller, p. 96 []
  4. Muller, p. 95. []
  5. Muller, p. 205 in de voetnoten bij de tekst. []
  6. in ‘Stompwijk in de Middeleeuwen’ schreef ik “Dan zelf maar proberen deze voetnoot te schrijven, maar waar te beginnen?” []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | Een reactie plaatsen

Landschapselementen in Stompwijk.

In mijn vorige blog is een enkele keer het begrip ‘geriefhout’ gevallen. Het leek mij wel aardig om eens te onderzoeken of er in Stompwijk nog steeds geriefhoutbosjes bestaan. Ik had zelf al een kandidaatbosje op het oog, omdat ik daar als kind geregeld in vertoefde, u weet wel, om verstoppertje te spelen en een hut te bouwen en dergelijke zaken meer. Maar als altijd wendde ik mij toch ook nog tot het internet om ietsjes meer informatie op te duiken.

Wie het woord ‘geriefhout’ googled, stuit na enig rondklikken op een boekje met de titel “Over hagelkruisen, banpalen en pestbosjes”. De ondertitel van dit boekje luidt ‘historische landschapselementen in Nederland’ 1 . Nu bezit ik dit boekje en dus bladerde ik het weer eens door, nu met in mijn achterhoofd ‘het Stompwijkse’. Welnu niks Stompwijk, wel landscheiding tussen Rijnland en Delfland in de vorm van een dijk, deels gelegen langs de Kostverlorenweg in Leidschendam en helaas ook deels verminkt, maar waar maken we ons druk om?

Toch is het boekje om een andere reden interessant, want er wordt ook gewag gemaakt van zogenaamde ‘pestbosjes’, die gebruikt werden als ‘geriefhoutbosjes’, zie p. 19. Een pestbosje is in feite niets anders dan een plaats ergens in een weiland, wat verder gelegen van de bewoonde wereld, waar de restanten van dood vee werden begraven. Vee dat in veel gevallen ‘geruimd’ en vervolgens verbrand was, omdat het leed aan een of andere besmettelijke ziekte, vaak de veepest, maar ook miltvuur. De overblijfselen werden begraven en de begraafplekken werden gemarkeerd, dit is, beplant met bomen, om ongelukken te voorkomen. Veepest en miltvuurbacillen kunnen namelijk honderden jaren overleven, ook onder de grond. Om te voorkomen dat het nog levende vee zich tegoed deed aan het opschietende geboomte, werd er vaak nog een slootje omheen gegraven.

Nu had ik al eerder gezien dat er ook in Stompwijk nog bosjes zijn midden in het weiland, alleen had ik nooit geweten dat het pestbosjes waren. Dat weet ik nog niet 100% zeker, maar aannemelijk is het wel. Gelukkig hebben we tegenwoordig Google Earth en dus kan ik  die pestbosjes hieronder laten zien. Eerst een plaatje met een algemeen overzicht, waarbij de plaatsen van de pestbosjes met rode cirkels worden aangeduid en vervolgens daaronder een beetje ingezoomd op die bosjes zelf. Helemaal onderaan het geriefhoutbosje dat ik op het oog had. Mag u raden waar het staat.

Pestbosjes in Stompwijk

Pestbosjes in Stompwijk, met dank aan Google Earth

 

 

Pestbosje in Stompwijk

Pestbosje in Stompwijk, met dank aan Google Earth

Het geriefhoutbosje:

  1. Over hagelkruisen, banpalen en pestbosjes : historische landschapselementen in Nederland / Sonja Barends, Hans Renes, et. al. [red]. – Utrecht: Matrijs. – 1997. [isbn 9053450289] []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | 1 reactie

Geriefhoutbosjes en Stompwijk.

In mijn vorige blog over de bovenmolen van de Stompwijkse molendriegang had ik het ook over de ‘belendende percelen’, de huizen en schuren, maar ook het ‘Elzehout Bos’. Wat ik niet noemde was het nog wat verder gelegen terrein met de aanduiding ‘opgaande willige en Elzehout’. Dat moet toch een behoorlijk groene omgeving zijn geweest. Dat is het nu nog, maar we zien alleen maar gras en zeker geen bossages.

Toch kunnen we het voorkomen van bosjes wel verklaren en daarvoor geeft de tekening ook een aanwijzing. Op de tekening, ik noemde het eerder al, wordt ook gesproken over ‘Veenlanden in de Meeslouwerpolder’. Een typisch verschijnsel in onontgonnen veenlanden is dat het vol staat met struiken en bomen, meestal -precies- elzen en wilgen.

Je kunt je natuurlijk afvragen waarom die bomen en struiken niet zijn weggehaald, zodat het gebied veel makkelijk gebruikt kon worden voor veeteelt en misschien zelfs akkerbouw. Het bijschrift bij de tekening die ik in de vorige blog in een voetnoot weergaf legt het in feite uit: “De verder weergegeven opstallen en geriefhoutbosjes heeft Hanegraaff mede betrokken bij zijn onderzoek naar het schenden van …”. Geriefhoutbosjes dus en kennelijk niet de moeite waard om te vervangen door wei- of akkerland.

Dergelijke bosjes werden gebruikt voor hakhout om te stoken in barre wintertijden of takken en twijgen te snijden om hekwerken en allerhande vlechtwerk van de maken.
En het aardige is dat er een kaart bestaat waar een en ander nog iets duidelijker op te zien is. Het betreft wederom een kaart uit de Franse tijd, 1812, terug te vinden in het Nationaal Archief, met de welluidende titel: “Tableau d’Assemblage du plan cadastral parcellaire de la commune de Stompwijk”.

Op de kaart zijn de diverse secties aangeduid die in feite ten grondslag lagen aan de per sectie gemaakte minutenkaarten, zie Stompwijk in Franse tijd. Het is een prachtige kaart, in kleur (lichtblauw is water, rood is opstallen en groen is bos), gedetailleerd en daarom bijzonder informatief. 200 jaar geleden kabbelde het water en struinden Stompwijkers rond in het geriefhout, op zoek naar stook- en bouwmateriaal, in een gebied (zie de grote rode pijl in de onderste afbeelding), waar nu koeien en paarden (niet te veel) lopen en mensen hun boterham verdienen in de tuinbouw.

Mooi is om te zien dat wat Hanegraaff in 1830 alleen noemde, in deze kaart ook is te zien.

Tableau, kaart uit 1812

Detail:

Tableau, kaart ui 1812, detail

Trouwens op deze kaart staan de molens afgebeeld (zie de rode cirkels) en het bos van meneer pastoor even verderop langs de Stompwijkse weg ook!

Geplaatst in stompwijk | Getagd , , | Een reactie plaatsen

De Drie Molens van Stompwijk (in de Groote Drooggemaakte Polder dan)

“Ja ik heb zelfs meerdere kaarten onder ogen gehad met kleine schetsmatige molentjes in de polder”, meldde ik in een eerdere blog, Stompwijk in Franse Tijd. En dan moet ik natuurlijk ook met de billen bloot en dus nog een kaart met een afbeelding van een molen uit de polder genoemd in de titel geven . Het betreft alleen de bovenmolen, maar de kaart is zo fijn gedetailleerd, dat ook de opstallen rondom de molen nauwkeurig zijn afgebeeld.

De plattegrond is gemaakt in 1830 door kartograaf Adrianus Hanegraaff naar aanleiding van de bouw van een schuurtje in de buurt van de molen. Daarvoor was geen toestemming gevraagd, te oordelen uit de bij de plattegrond gegeven toelichting 1 . En toen Adrianus daar toch was heeft hij een ietsjes uitgebreidere schets gemaakt van de omgeving dan strikt genomen noodzakelijk was.

groote_drooggemaakte_polder_bovenmolen_A-2869

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-2869. Klik het plaatje voor een grotere weergave.

We bekijken eerst de gehele situatie en constateren dat we vanuit het noord noord westen de omgeving bekijken. Dat is simpel vast te stellen omdat Hanegraaf een schetsmatige kompasroos heeft getekend rondom de achtkante molen. Links naast de molen staan twee opstallen afgebeeld, een hooibarg en een schuur.

Uitsnede met bovenmolen

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-2869. Klik het plaatje voor een grotere weergave.

Geen woonhuis te bekennen, dus we mogen misschien concluderen dat er in de molen werd gewoond. De opstallen zijn vermoedelijk zo gebouwd dat zij in alle opzichten (niet te hoog en op de meest geschikte plaats) de molen zelf niet in de weg stonden.

Precies rechts naast de Stompwijkse Weg -richting Stompwijk zelf- ligt nog een slootje. Verder zijn tegenover de Kniplaan een paar gebouwtjes getekend, waarvan er één ‘Herberg de Kan’ als naam heeft gekregen, maar eigenlijk heette die herberg ‘De Schenkkan’.

De polder naast de Kniplaan -richting Stompwijk- is kennelijk nog niet uitgeveend, want Hanegraaf schrijft “Veenlanden in de Meeslouwer Polder”.

bovenmolen detail

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-2869. Klik het plaatje voor een grotere weergave.

Tot slot, zien wij linksonder de Stompwijkse Vaart een door water omringd ‘Elzehout Bos’ en een drietal gebouwtjes getekend. In één daarvan staat ‘Nieuwe Schuur’, vermoedelijk is dit het zonder toestemming gebouwde schuurtje.

Mij is niet helemaal duidelijk wat die “37 ??” betekenen, die precies boven de nieuwe schuur staat geschreven. Bovendien zie ik niet zo goed in wat nu eigenlijk het probleem is. De schuur ligt precies ten noorden van de molen en hoe vaak malen molens bij noordenwind? Het is misschien de hoogte van de schuur die een probleem opleverde, maar dat kan ik niet uit de tekening opmaken.

Of waren er in 1830 ‘bestemmingsplannen’, dit keer van het hoogheemraadschap?

  1. [Plattegrond van de omgeving van de bovenmolen in de Drooggemaakte Grote polder onder Stompwijk] / Adrianus Hanegraaff. – Schaal [ca. 1:1.200]. – 1830. – 1 kaart : handschrift : gekleurd; 25×32 cm, blad 25×32 cm. Toelichting: Schaalstok van 40 roede = 123 mm. – Zuidzuidoost boven. – Bijlage bij: rapport van 13-08-1830 van de opziener/landmeter A. Hanegraaff van een onderzoek naar de bouw van een schuur door Corstiaan van Leeuwen binnen de windvang van de bovenmolen van de Drooggemaakte Grote polder op de dijk van de Gecombineerde Huiszitter- en Meeslouwerpolder. De verder weergegeven opstallen en geriefhoutbosjes heeft Hanegraaff mede betrokken bij zijn onderzoek naar het schenden van het windrecht. – OAR inv.nr. 7614. []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , | 2 Reacties

Stompwijk in Franse Tijd

In mijn vorige blog over het schilderij met de titel “De weg naar Stompwijk” van Willem Roelofs maakte ik gewag van mijn blijdschap over de molen die heel in de verte zichtbaar was. Maar ik meldde ook dat ik wel eerder een afbeeldinkje had gezien op een landkaart. Ja ik heb zelfs meerdere kaarten onder ogen gehad met kleine schetsmatige molentjes in de polder.

Zo trof ik de drie molens in de Groote Drooggemaakte Polder ook aan op een plattegrondtekening uit 1812 1 . En het is het jaar dat deze tekening bijzonder maakt. De kaart is gemaakt in de Franse tijd. Tussen 1795 en 1813 was het huidige Nederland in meerdere of mindere mate verbonden met Frankrijk en dat had nogal wat consequenties.


Die achttien jaren zijn in vier perioden in te delen:

1795-1801: Bataafsche Republiek
1801-1806: Bataafsche Gemenebest
1806-1810: Koninkrijk Holland
1810-1813: Provincie van Frankrijk 2

Die laatste drie jaren waren voor Nederland zeer bepalend. Niet alleen de verplichting dat iedereen een achternaam moest hebben, hetgeen echt verplicht werd gemaakt in 1811, ook moest er belasting betaald worden naar Frans voorbeeld. Dat betekende dat er grondbelasting betaald moest worden.

Uiteraard moet dan ook ergens vastgelegd zijn van wie welke grond is. Er moesten dus nauwkeurige tekeningen komen met daarop vastgelegd iedere bestaande kavel die elk een nummer aanduiding kreeg. U begrijpt, het huidige Kadaster vindt hier zijn oorsprong. Een ander kenmerk van degelijke tekeningen, ook wel minutenplannen genoemd, is dat zij franstalige op- en bijschriften hebben, we waren immers een Franse provincie!

Terug naar de grote tekening. U ziet rechtsboven de drie molens in de grote tekening, voor de zekerheid heb ik er groene pijltjes bijgezet. De andere afbeelding -schuin linksboven – is een uitsnede van de drie molens en het plaatje hier rechts met alleen de ondermolen laat niet alleen de kavelnummers goed zien, ook kunnen we zien dat we met een achtkante molen hebben te doen, ze zijn in ieder geval niet rond.

  1. De kaart wordt bewaard in het National Archief []
  2. Zie Wikipedia. []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , | 1 reactie

De weg naar Stompwijk.




De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

Onlangs stuurde collega Jacques mij een fotootje van een schilderij met de titel “De weg naar Stompwijk”. Hij wist er bij te vertellen dat de schilder een zekere Willem Roelofs 1  was en dat het schilderij gedateerd was op 1875. Zoals u op het fotootje links kunt zien blijft een indruk van de preciese plaats waar het schilderij gemaakt zou kunnen zijn of een meer gedetailleerd beeld wat lastig te bepalen. Zelfs als u op het fotootje klikt en naar de beschikbare uitvergroting kijkt, blijft het allemaal wat ver weg. Jammer! Tenzij….

Tenzij we nog eens wat verder zoeken en gewoon de titel van het schilderij in Google intoetsen. En dat levert toch een behoorlijk aantal websites op. Een daarvan trok mijn aandacht, namelijk een veilingwebsite. En ja hoor, het toeval wilde dat het gezochte schilderij nog niet zo lang geleden op een veiling is verkocht. En u weet hoe dat gaat tegenwoordig, een foto is snel gemaakt en op het internet geplaatst. Natuurlijk met de bedoeling de aspirant koper zo goed mogelijk te informeren en dan volstaat een klein, flets fotootje natuurlijk niet.

Nu het moet gezegd ‘Het Vendu Notarishuis 2 ’ heeft zich heel behoorlijk gekweten van de taak een zo degelijk mogelijke foto te maken. U ziet het resultaat hierbij:

De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

Als u nu klikt op deze afbeelding, verschijnt een zo goed als beeldschermvullend plaatje van het schilderij. En nu zien we wel details! Het witte streepje in de bovenste afbeelding is een ophaalbrug en we zien een molen! En daar ben ik zeer verguld mee, want dit is voor mij de eerste afbeelding die ik onder ogen kreeg van een molen uit de molendriegang die de Drooggemaakte Grote Polder in Stompwijk droogmaalde -anders dan wat molentjes op een landkaart-. De molens zijn ergens in 1880 afgebroken toen het nieuwe stoomgemaal in gebruik genomen was.

Het is ook die molen die mij er nagenoeg zeker van maakt dat we richting Stompwijk kijken van net voor De Krom, de scherpe bocht in de weg ergens halverwege de Stompwijkseweg. Het schilderij zelf geeft die bocht niet echt duidelijk aan, maar de kerk met daarvoor de molen, feitelijk te groot afgebeeld en de kerk te dichtbij (de vrijheden van de kunstenaar), in het schilderij, geeft als ik een rechte lijn trek ongeveer de plaats aan waar de schilder heeft gestaan en misschien ook heeft geschilderd dan wel geschetst. Zie de tab ‘andere plaatjes’ hierboven aan dit bericht voor een overzichtje.

Mocht u mijn observaties willen nuanceren dan graag commentaar.


De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875)

De Weg naar Stompwijk van Willem Roelofs (1875): detail

Plaats waar schilder gestaan kan hebben

Plaats waar schilder gestaan kan hebben

Met dank aan Google Maps.

De richting vanuit de lucht

De kijkrichting vanuit de lucht

 

 

 

 

 

 

 

Met dank aan Google Maps. Links onder bij de rode stip de plaats waar de schilder stond, de rode pijl geeft kijkrichting aan, het onderste zwarte kruis de ondermolen van de driegang en de blauwe stip linksboven de kerk.

  1. Zie http://www.museum-nunspeet.nl/Roelofs/roelofs.html [gezien op 11-10-2011]  en http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Roelofs [gezien op 11-10-2011]  []
  2. Zie http://www.notarishuis.com/. Ik geef de foto‘s van het veilighuis, dus inclusief de watermerken.  []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | Een reactie plaatsen

Stompwijk in de Middeleeuwen

Zo nu en dan pak ik het boek van Daams en De Kort, Over, door en om de Leytsche Dam. Geschiedenis van een gouden gemeente uit de kast en blader er weer eens doorheen 1  . Het is een goed boek en nog steeds te koop, zie bijvoorbeeld www.boekwinkeltjes.nl, maar dit terzijde. In het rijk geïllustreerde boek bekijk ik dan vooral die stukken tekst en foto‘s die betrekking hebben op het buurtschap Stompwijk.

En altijd wordt mijn aandacht dan weer getrokken door de verwijzing naar een middeleeuwse bron waarin Stompwijk voor het eerst werd genoemd. Voor de duidelijkheid citeer ik maar even, p. 35:

De twee veendorpen Wilsveen (Willaemsvene) en Stompwijk worden in dertiende-eeuwse stukken voor het eerst vermeld. Het gehucht Wilsveen werd door Graaf Floris V in 1281 verkocht aan Dirk van Teylingen, getuige een oorkonde in zijn registerboek. De naam van het andere dorpje verschijnt in 1283 voor het eerst in een verwijzing naar een zekere Mouwerin Dircsz van Stompic en enige tijd later, in 1395, wordt het als de plaats Stompwic genoemd.

Ik vind deze alinea bij nader inzien toch wat vaag, want wat is een registerboek? En beslaat dat registerboek meer dan een eeuw? En is dat registerboek toegankelijk? Zo ja? Waar vind ik het dan? Het komt er eigenlijk op neer dat ik graag een voetnoot had gezien bij deze alinea, in ieder geval met een weergave van de precieze tekst in het register.

Dan zelf maar proberen deze voetnoot te schrijven, maar waar te beginnen? Het toeval hielp mij hier een handje, want -in het kader van het werk van schrijver dezes- voerde ik onlangs een onderzoekje uit naar de digitalisering van een oud drukwerk en hoe een en ander dan te presenteren op een website. En hoe gaat dat tegenwoordig? Je kijkt naar voorbeelden en al speurende kwam ik de website Historici.nl tegen, alwaar een flink aantal voor geschiedkundigen interessante oude drukwerken wordt aangeboden. Al klikkende en rondspeurende op die website, belandde ik uiteindelijk in het 22ste deel van de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap.

In de inhoudsopgave van dit deel werd mijn aandacht getrokken door de bijdrage van Mr. S. Muller, Het oude register van graaf Florens (met bijlagen en register) 2 . Het zou toch niet zo zijn dat ik zomaar, bij toeval dus, de gezochte bron voor het citaat uit de Leytsche Dam had gevonden?

D’r zat maar één ding op, dat artikel van Muller lezen en zien of ik die Mouwerin zou tegenkomen, en misschien nog wel meer. Nu is het doorlezen van een artikel uit 1901 een hele opgaaf, vooral ook omdat het maar liefst 180 bladzijden lang is, met een uitgebreide inleiding waarin over datering en bindwerk van het register werd gesproken en een uitgave van het registerboek zelf in dertiende eeuws nederlands doorspekt met allerlei afkortingen. Een register, zeg maar een reeks notities over eigendom, verkrijgen van eigendom en dergelijke is bovendien ongemeen saai.

Het is niet alleen mooi dat tegenwoordig die oudere historische teksten zo gemakkelijk beschikbaar zijn gemaakt, je kunt er ook op woordbasis is zoeken. Natuurlijk je moet rekening houden met OCR fouten, maar het is toch het proberen waard. En dus zocht ik in dit artikel naar ‘Mouwerin’ maar vond niks. Toen maar gezocht op ‘stomp’. En verdraaid dat staat er diverse malen in, waaronder ook in het register zelf. Op bladzijde 240 van het artikel of folio 59r (de voorzijde van folio/blad 59) van het register vond ik onze Mouwerin. Ik geef de hele paragraaf:

Item in Ketel Mouwerin van Stompic (xij) vj morghen lands, die beleghen heeft an die Philips Heinrix s. an die zuutside en de Willem Aelbrechts s. hadse beleghen an die nortside.

Kennelijk heeft onze Mouwerin een stuk grond verworven in Ketel (en dat ligt in de buurt van Schiedam). Eigenlijk lezen we dus alleen maar dat Mouwerin uit Stompwijk kwam. Over de plaats zelf is niks gezegd, bijvoorbeeld waar het ligt of hoe groot het is, maar we mogen in ieder geval aannemen dat Stompwijk toen al bestond.

En dan de datering. Op grond van de inleidende woorden van Muller is juist dit stuk in het register te dateren in 1346-1347 3 en wel op grond van het gebruikte handschrifttype, door Muller aangeduid als ‘Q’. Dus hoe komen Daams en De Kort dan aan 1283? Ik weet het niet.

In de marge van het register op de plaats waar Mouwerin wordt genoemd, is nog in een andere latere hand (‘W’, door Muller gedateerd op 1367) het volgende genoteerd:

Mortuus est et ….. Dirc van Stumpijc. Dirc van Stompijc. [Dirk van Stompwijk is overleden, aj]

Het is mij zo niet duidelijk wat de relatie tussen Dirk en Mouwerin is, maar kennelijk vond de schrijver in het registerboek het de moeite waard om deze mededeling te doen. En we hebben wel een nieuwe aanvullende datering!

Het lijkt mij gezien het verschil in jaren, zo’n 20 jaar, redelijk te veronderstellen dat er een directe relatie is tussen Mouwerin en Dirc (een zoon-vader relatie?) en dat dan de datering van ‘Q’ wel goed is. Een verschil van meer dan 80 jaar is in dit verband niet zo logisch.

Het ziet er trouwens ook naar uit dat Mouwerin nog een keer voorkomt in het register! Even verderop, op fol. 59v [u raadt het al, de achterzijde van folio 59] en in de hand van ‘Q’:

Jtem Mouwerijn Dierix s. xvj morghen in Borgerdike, (ende x morghen in Borgerdike aen j. ander stuc) dar leecht op die oestside aaen die xvj morghen Jans woninghe vanden Hofdike …

Geen Stompwijk te bekennen, maar op grond van weer een aantekening in de kantlijn van schrijver ‘W’, Mortuus et emit Dirc van Stompijc xvj morghen, durf ik te stellen dat we met dezelfde persoon te maken hebben.

Mouwerin, de Stompwijker, beheerde dus aardig wat grond 4 ! Had hij zijn aanzien en rijkdom (en macht) in Stompwijk verkregen? Hoe dan? Dat zal wel een mysterie blijven.

 

  1. Over, door en om de Leytsche Dam : Geschiedenis van een gouden gemeente / Daams, Drs.F.H.C.M. & J.D. de Kort Sr. – Leidschendam, 1988. []
  2. Het oude register van Graaf Florens (met bijlagen en registers / Mr. S. Muller. In: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel 22, pag. 90-269. – Amsterdam, 1901 []
  3. p. 96 []
  4. 1 Rijnlandse morgen is 8516 vierkante meter. Hij had de beschikking over 6 of 12 morgen in Ketel en nog eens 16 morgen in Borgherdike, dus ongeveer 187.000 of  238.000 vierkante meter. []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | Een reactie plaatsen

Trefwoorden, tags en WordPress

Secundaire databases.

In de bibliotheek van het Vredespaleis worden -naast de data die is en wordt opgeslagen in het bibliotheeksysteem- ook ‘secundaire databases’ onderhouden. Deze databases worden gebruikt om de website te voorzien van actuele informatie die niet of lastig uit het bibliotheeksysteem is te halen. Ter illustratie, in de database ‘newtitles’ staan recent verwerkte catalogustitels. Met die data worden op de website, op hoofdonderwerp gerangschikte, overzichten van recente aanschaf getoond.

Een ander voorbeeld betreft de bibliografische data die ten grondslag ligt aan de ‘toc’service. Dit is, het bieden van een overzicht van inhoudsopgaven uit een flink aantal speciaal voor dit doel geselecteerde tijdschriften en het doorzoekbaar maken -op artikelniveau- van die inhoudsopgaven. Deze data is slechts voor een klein deel terug te vinden in het bibliotheeksysteem.

Als laatste voorbeeld de trefwoordendatabase. In het verleden heeft men in de bibliotheek van het Vredespaleis bedacht dat het voor de vindbaarheid bij zoekmachines goed zou zijn als de gebruikte trefwoorden in het bibliotheeksysteem ook apart -dus buiten de catalogus- aangeboden zouden worden. Daartoe werden die trefwoorden uit het bibliotheeksysteem gelicht en ondergebracht in een lokale database. Die database ligt ten grondslag aan de webpagina ‘subject headings and systematic codes’ waarop vervolgens allerlei links zijn aangebracht die keurig door zoekrobots worden gevolgd.

Een nadeel van het laatste voorbeeld is wel dat trefwoorden op twee plaatsen moeten worden onderhouden: in het bibliotheeksysteem en in de lokale trefwoorden database. Dat is gelukkig geen onoverkomelijk probleem, want zo vaak worden geen nieuwe trefwoorden gemaakt of bestaande trefwoorden gemuteerd. En bovendien is voor het onderhouden van de lokale trefwoordendatabase een in PHP geschreven tooltje gemaakt om die db te onderhouden. De vakinhoudelijke experts in de bibliotheek kunnen dus vrij eenvoudig die lokale database onderhouden.

Ik maak nu een sprong.

WordPress en tags.

In de bibliotheek van het Vredespaleis is onlangs besloten een nieuwe website te maken gebruik makend van een ander CMS, WordPress. Maar een nieuwe website op een nieuwe server betekent natuurlijk ook dat men goed moet nadenken hoe men in die nieuwe omgeving om moet gaan met de secundaire databases. Neemt men alles zomaar mee, schoont men op, bouwt men nieuwe databases of kijkt men kritisch naar het bundelen van databases? In verband met het laatste, WordPress biedt de mogelijkheid om tags toe te voegen aan posts, zeg maar de berichten die men op de website plaatst. Tags in een cms voor een bibliotheek, trefwoorden in een secundaire database voor een bibliotheek …..

Zou het mogelijk zijn om een en ander te combineren? Anders gezegd, waarom probeert men niet de secundaire database met trefwoorden in de tabel van de tags te stoppen? Kan dat eigenlijk wel? Ja, dat kan. Proefondervindelijk heeft men in de bibliotheek van het Vredespaleis vastgesteld dat op voorhand 4000 tags/trefwoorden zijn in te lezen in de daarvoor bedoelde WordPress tagstabellen 1 . Het gebruiken van dat toch vrij hoge aantal tags/trefwoorden bij de toekenning aan posts gaat snel, er is geen stroperigheid, er is geen te meten vertraging. En het in PHP geschreven tooltje kan uiteindelijk komen te vervallen, WordPress heeft dat ‘tooltje’ al gewoon aan boord.

En de secundaire database met de trefwoorden? Omdat die database ook wordt gebruikt door bijvoorbeeld de linkresolver Plinklet, moet hij voorlopig blijven bestaan tot dat Plinklet is aangepast. En verder ook nog even uitzoeken of zonder bezwaar de WordPress tags tabellen als grondslag kunnen dienen voor een webpagina ‘subject headings and systematic codes’.

  1. wp_terms en wp_term_taxonomy []
Geplaatst in werk | Getagd , , | 1 reactie

Gebruik, gebruikers en MongoDB

Ik houd me dus bezig met MongoDB, een document type database systeem. Ik heb er al aardig wat verhalen aan gewijd hier op www.aadjanson.nl.

Ik volg daarom ook de Google group over MongoDB en daar kwam ik het volgende tegen:

“I don’t know about you, but when I first came to MongoDB from the relational world, talk like this had my head spinning. But I got used to it, because, as you can see, modeling in a document world is very different from modelling in a relational world. And the first difference is that you have to know the end-use of the data before you model, and have it shape your model.”

End-use. De focus bij het aanmaken van een MongoDB database ligt op het gebruik van gegevens en niet zozeer op de (relationele) structuur van gegevens. Gebruik en dus de gebruiker staat daarom in het centrum van de aandacht.

Het optimaal inzetten van MongoDB dwingt je jezelf te verplaatsen in de gebruiker. Wat wil hij met data?

Lijkt mij uiterst relevant voor bibliotheken.

[tekst ook gepubliceerd in Google+, hier een klein beetje aangepast, aj]

Geplaatst in mongodb | Getagd , | 1 reactie