Molenaarsbloed of toch niet?

Er is een belangrijke reden voor mijn belangstelling voor de geschiedenis van de Grote Drooggemaakte Polder.

Toen ik als middelbare schooljongen dagelijks langs de wereldberoemde Drie Molens nabij Leidschendam fietste, realiseerde ik mij ooit dat die molens *naast* de polder stonden waarin ikzelf woonde, maar dat er in mijn polder geen molen te bekennen viel. Mijn vader vertelde op mijn vraag daaromtrent ‘dat we daar tegenwoordig gemalen’ voor hebben. Maar dat er wel ooit drie molens hadden gestaan, hij wist zelfs te vertellen waar, ja dat zelfs nog een verre voorouder als molenaar werkzaam 1 was geweest op één van die molens. Het fijne wist hij daar ook niet van, moest ik maar eens aan opa vragen.

Maar hoe gaat dat? Je wordt wat ouder, de grote mensenwereld komt naderbij en daar wil je wel in passen, nietwaar? De molens verdwenen uit beeld, de vraag aan opa werd niet gesteld. En enkele jaren later kon dat ook niet meer; opa gestorven en weer wat jaartjes later; vader gestorven. Ik trok voor enige jaren weg uit Stompwijk om enkele jaren later weer terug te komen, want in mijn toenmalige woonplaats was na mijn studie geen geschikte -lees betaalbare- woonruimte te vinden en in Stompwijk wel.

En terug kwam ook de belangstelling voor de Stompwijkse geschiedenis en ik pikte dan ook dankbaar de oude verhalen op van familie en oudere buren. Verhalen over ‘de oorlog’ vooral. Geen molenverhalen.

Ik deed daar verder niet zo veel mee, het was meer voor eigen genoegen. Toch bleef de belangstelling wat sudderen en zo nu en dan werd even doorgeschakeld naar een hogere versnelling. Zo publiceerde ik wat oude fotootjes uit het Stompwijkse met observaties van mijn kant en nog deels terug te vinden in deze website. Ik hield mij een tijdje bezig met de uit Stompwijk afkomstige theoloog Dr. Van Noort, schreef daar zo nu en dan wel eens iets over. De fotootjes kwamen voor een groot deel uit het fotoarchief van mijn tante, zus van mijn vader, die net als ik grote historische belangstelling had.

Het was ook mijn tante, die mij de zogenaamde familiegeschiedenis ter hand stelde. Die door een broer van mijn opa op papier gezette familiegeschiedenis heb ik ook nog gepubliceerd in het blad van de vereniging Erfgoed Leidschendam 2 , omdat die geschiedenis zo’n aardig inzicht geeft in lokale gebruiken, meningen en gedragingen uit vervlogen tijden.

Om nog een reden vond ik de familiegeschiedenis een prachtig document, want hierin vond ik eigenlijk het antwoord op de vraag die ik aan mijn opa had moeten stellen. Wat wil het geval? Uit de familiegeschiedenis blijkt dat mijn (bet)overgrootouders (van vaders kant) op de ondermolen hebben bewoond en gewerkt. En zo heb ik dus toch een meer persoonlijke band met de verloren gegane molendriegang van de Grote Drooggemaakte Polder.

Ik citeer hier vier stukjes uit die familiegeschiedenis, die relevant zijn voor mijn verhaal:

Het was waar, Grootvader had altijd van die harde handen en diepe kloven van het vele werken. Hij maalde graag een molen. Ja ‘n molen maalen was zijn lust en zijn leven. Daarom ging hij, toen hij in 1850 met Cornelia van der Krogt getrouwd was naar Hazerswoude, waar hij een molentje gepacht had, in de polder Nieuw-Groenendijk. Op 22 Juni 1852 is moeder (Pietje Havik [de moeder van mijn grootvader dus, aj]) daar geboren. Zij hebben echter niet lang te Hazerswoude gezeten. In 1858 verhuisden de Havikken naar de onderste molen in de Stompwijkse polder.

Grootvader heeft heel zijn leven hard gewerkt. ‘t Gebeurde dikwijls dat hij ‘s nachts de molenmaalde en overdag uit werken ging. Sloot uitschieten, toemaken of grasmaaien al naar gelang de tijd van het jaar.

Grootvader Martinus Havik was ook maar een eenvoudige arme man, had een paar koetjes en maalde de onderste molen in de Stompwijksche Polder.

Gerrit Janson trok na zijn huwelijk met Pietje Havik in op de molen.

Dus in 1885 waren er al vijf kinderen. Toen werd de molen afgebroken; er kwam n.l. in 1885 een watermachine in de plaats van de drie molens … De verhuizing van de molen in de Stompwijksche Polder ging per schip, want een verhuiswagen bestond er niet en kon trouwens in de polder op de onderste molen niet komen. Zij droegen dan hun meubels en huisraad naar een schuitje in de Ringvaart.

Grootmoeder stierf nog op de molen in December 1885.

In mijn blog Te koop: sloophout en dergelijke gaf ik een tweetal berichten uit het Leidsch Dagblad over de verkoop van sloopmateriaal uit de sloop van de middelmolen en bovenmolen. die berichten stamden uit het najaar van 1884. Hoe verklaar je nu dit verschil in datering? Met een beetje goede wil kom ik daar nog wel achter.

We weten dat molenaars zwaar werden onderbetaald en dat zij daarom genoodzaakt waren naast hun molenwerk ook ander werk te verrichten. Vaak was dat het houden van wat vee en het werken voor anderen, tegenwoordig noemen we dat loonwerk, en dat is ook precies wat mijn  betovergrootvader deed.

De molenaar op de onderste molen bedreef ook vaak de visvangst, met name palingvissen was lucratief. Uit de familiegeschiedenis blijkt echter niet dat mijn verre voorouder dat inderdaad ook deed. 3

Het voert veel te ver om te zeggen dat ik dus molenaarsbloed door de aderen heb stromen, maar zo’n familiegeschiedenis prikkelt wel mijn belangstelling voor die molens in de Grote Drooggemaakte Polder in Stompwijk.

  1. In mijn blog Morgens en molenerven in de Grote Drooggemaakte Polder schreef ik nog: “het woord is kennelijk blijven hangen in mijn familie.” []
  2. Zie http://http://www.erfgoedleidschendam.nl/, maar helaas is niet het hele archief aldaar beschikbaar []
  3. Zie hierover: Molenleven in Rijnland : Bijdrage tot de kennis van het volksleven in de streek rondom Leiden / A. Bicker Caarten. Leiden, 1946. Ik citeer een stukje op blz. 56: “De molenaar weet zich dan ook van andere bronnen van inkomsten te voorzien. .. Velen verhuren zich als daglooner bij boeren of werken voor zichzelf als veehouder of tuinder anderen maken turf en klompen, vangen mollen en oefenen de vischvangst uit.” []
Dit bericht is geplaatst in stompwijk en getagd , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op Molenaarsbloed of toch niet?

  1. Nico van den Bos zegt:

    Wat betreft” zwaar onderbetaald “moet je iets milder uitdrukken ,voor in die tijd was het in verhouding een gewoon arbeidersloon, het was wel lager ,omdat er niet het hele jaar door gemalen hoefde te worden ,daar was het loon na, s,zomers als er geen water was kreeg hij toch z,n salaris ,maar in een natte tijd als het water weg moest,dan maalde de molen dagelijks, dus dan veel uren maken, voor dat zelfde loon.
    Een waterschap heeft nu ook nog molenaars op de loonlijst die uitbetaald worden voor een aantal vaste uren per week. de voorwaarden zijn het zelfde als vroeger.
    Ze hebben vrij wonen in de molen, net als vroeger, toen mocht men ook nog vissen, en pachtte ze viswater, ook hielden ze vee op de boezemkaden eigendom van de polder, dat koste niets.

  2. Monique Vos zegt:

    Ook van je moeders kant heb je molenaarsbloed :-)

    Martinus van Rijn
    •Geboren op 19 oktober 1821 – Stompwijk
    •Overleden op 2 september 1883 – Stompwijk , leeftijd bij overlijden: 61 jaar oud

    Ouders•Jacob Pietersz van Rijn 1874-1845 >>>(Watermolenaar)<<<<<
    •Anna van Santen 1790-1860

    •Gehuwd op 28 januari 1870, Zoetermeer, met Adriana Wagman ca 1838- en hun kinderen

    1: M Jacobus Bartholomeus van Rijn 1871-
    •Gehuwd op 8 januari 1904, Stompwijk, met Anna Christina Brouwer 1883-

    (Bron: Geneanet)

    Ik heb als kind horen zeggen dat Jacob Pietersz. van Rijn molenaar op de verdwenen middenmolen moet zijn geweest en dat zijn schoonvader dijkgraaf was.

    Groet uit Duitsland van Monique van Nelie van Piet (Stompwijker bijnaam: speldegat) van Rijn

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>