Morgens en molenerven in de Grote Drooggemaakte Polder

In mijn eerdere blog ‘1746: Veel staat onder water in Stompwijk‘ vertelde ik over de noodzaak om bij droogmaking goed beslagen ten ijs te komen. Ik besloot die blog met de zin “Maar daar waren natuurlijk meer gedetailleerde plannen en kaarten voor nodig.” In mijn vorige blog ‘Bruggen en quakels om de polder te kunnen droogmalen‘ liet ik zo’n gedetailleerd plan of liever voorstel zien.

Maar daar bleef het natuurlijk niet bij. Toen de kogel door de kerk was en de plannen nu ook werkelijk uitgevoerd konden gaan worden, moest natuurlijk wel in kaart gebracht worden wat met de beschikbaar komende gronden te gaan doen. En wat je ook beslist om te gaan doen, een gedetailleerde kaart moest eerst worden gemaakt. Een kaart van de polder waarop precies de percelen staan aangeduid, die verpacht dan wel verkocht konden gaan worden. En zo’n plattegrond werd gemaakt. Diverse zelfs.

Één perceel had echter op voorhand een bijzonder karakter. Een perceel dat qua ligging en bestemming apart was, namelijk het terrein waarop de molens zouden verrijzen die verantwoordelijk waren voor de droogmaking en het vervolgens drooghouden van de polder. Niettemin werd voor dit bijzondere stuk van de polder dezelfde nauwkeurige bemeting uitgevoerd als voor de andere percelen. Tot op de vierkante decimeter werden de gronden, sloten en boezemwateren opgemeten en gerubriceerd. Zo zien wij op onderstaande (deel van een) kaart 1 de schaalverdeling en enkele kavels.

molenperceel grote drooggemaakte polder

Uit: Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-3152. Uitsnede

Op de fraaie kaart zien wij het iets schuin instekende perceel waarop de molens een plek vonden en, ja hoor, de molentjes zijn weer ingetekend! De door slootjes, boezemwateren en molenerven onstane terreintjes werden van een letter voorzien. Dan weten we beter waar we het over hebben, nietwaar? De overige afgebeeldde percelen of kavels hebben een nummer en dat ontbreekt voor het ‘molen’ perceel, daarmee aangevende dat het gebied niet bestemd is voor de pacht of verkoop.

Tja, aan dat opmeten moet een ongelooflijk hoeveelheid werk hebben vastgezeten dat zijn weerslag vond in ongetwijfeld uitgebreide kladjes en tabellen. En voor ons moderne lieden ligt het allemaal ook nog lastig, want er werd niet gemeten in meters. Het metrieke stelsel werd pas 50 jaar later ingevoerd in Nederland. In onze regio werd gemeten in een Rijnlandse maatvoering.

Oppervlakten werden aangeduid met morgens, honden en roeden. 1 morgen is 8.516 vierkante meter, er gaan 6 honden in 1 roede en dus is een hond 1.419,30 vierkante meter en er gaan 100 roeden in 1 hond, dus dat leert ons dat een roede 14,19 vierkante meter is.

Ikzelf heb een typisch alphabrein en kan me dus bij dit soort cijfers eigenlijk niet zo veel voorstellen over de omvang van een bepaald gebied. Om het mezelf wat eenvoudiger te maken, stel ik mij altijd vierkanten voor in dit soort situaties. Dan is een morgen een vierkant gebied van 92,28 bij 92,28 meter, een hond een vierkant van 37,67 bij 37,67 meter en een roede een gebied van 3,77 bij 3,77 meter. In werkelijkheid zijn de gebieden in onze kaart, dus de percelen en wateren natuurlijk niet vierkant, maar ik kan me er nu tenminste iets bij voorstellen.

Aan de linker kant van de kaart staat een opsomming van oppervlakten. Bovenaan staat het woord ‘Transport’ waarmee tellingen van elders naar dit blad worden gebracht. Daarmee wordt geimpliceerd dat er meerdere bladen zijn met eveneens oppervlaktenmetingen van andere gedeelten in de polder 2 . Iets onder het midden staat de uiteindelijke totaaltelling: 540 morgen 3 hond en 71 roeden. Voor de alpha’s onder ons, dat levert een vierkante polder op van 2.145,7 bij 2.145,7 meter.

Opsomming oppervlakten in Grote Drooggemaakte Polder

Uit: Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-3152. Uitsnede

Buiten deze totaaltelling is het perceel gehouden waarop de molens stonden. Nu voert het te ver ieder gebiedje hier te noemen. Ik zou willen volstaan met het noemen van de oppervlakten van de als zodanig aangeduide ‘molenwerven’ 3 .

  1. Het erf van de ondermolen was 2.611,5 vierkante meter
  2. Het erf van de middenmolen was 2.157,3 vierkante meter 4
  3. Het erf van de bovenmolen was 2.455,4 vierkante meter

Het hele perceel, dus inclusief de boezems en kolken, was, als we het ons voorstellen als een vierkant terrein, 199.5 bij 199.5 meter.

  1. Eigenlijk is de kaart geen echte kaart, maar een tekening opgenomen in een schrift of zoiets. []
  2. Rechtsboven op de kaart staat trouwens klein ’21′ en linksboven op de pagina met de opsomming ’20′. []
  3. Een werf is een woord dat voornamelijk wordt gebruikt in relatie tot scheepsbouw, maar kan ook een terrein zijn waarop hout is opgeslagen. Ik zei vroeger altijd ‘werft’ als ik het terrein rondom het ouderlijk huis bedoelde want dat zeiden we allemaal thuis. Ik veronderstelde altijd dat dat een soort verbastering was van het woord ‘erf’, waarbij ik het opduiken van de letter ‘t’ niet kon en kan verklaren. Aardig is om in dit document te zien dat ieder molen[w]erf hier ‘werft’ wordt genoemd: ondermolen werft, middelmolen werft en bovenmolen werft. Het woord is kennelijk blijven hangen in mijn familie. []
  4. Het kleinste terrein dus en als we het terrein als grond nemen voor de omvang van de molen moet de molen dus ook het kleinst zijn geweest. Hierin wordt ik gesteund door het feit dat na sloop van deze molen ‘slechts’ 150.000 stenen konden worden verkocht. De bovenmolen, gelegen op een groter terrein, leverde 160.000 stenen op. Zie : Te koop: sloophout en dergelijke []
Dit bericht is geplaatst in stompwijk en getagd , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>