Nogmaals Stompwijk in de Middeleeuwen

In mijn blog ‘Stompwijk in de Middeleeuwen‘ verwees ik naar het boek van Daams en De Kort 1 , p. 35, omdat daar werd vermeld dat in 1283 Stompwijk voor het eerst werd genoemd in de oude administratie van de Graven van Holland. Zij noemden een zekere Mouwerin van Stompwijk die in het oudst bewaarde administratieve stuk wordt genoemd als landeigenaar in 1283 2 . Geen eigenaar van land in Stompwijk, maar van land elders, maar de naam geeft in ieder geval aan dat Stompwijk als plaats bestond.

Het probleem was echter het genoemde jaartal, want het handschrift van de schrijver van dit onderdeel in het grafelijke register is te dateren op rond 1347 3 en ik vroeg mij dan ook af waar het jaar 1283 bij Daams en De Kort vandaan kwam. Inmiddels ben ik een stapje verder gekomen, dankzij Frans Jansen die mij meldde dat hij in 1968 de vragen naar het voor het eerst voorkomen van de naam Stompwijk en naar de betekenis van de naam Stompwijk voorlegde aan, daar komt het, De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen : Centrale commissie voor onderzoek van het Nederlandse volkseigen, afdeling naamkunde (toponymie en anthroponymie).

Ik citeer uit de antwoordbrief (in bezit van Frans) van de Akademie:

De oudste vorm van Stomwpijk is ‘Die Wiic’. We vinden deze vorm in het oudste register van de graven van Holland dat wij nog bezitten. Dit dateert uit de jaren 1281-1284.

Et voilà, daar staat het 1281-1284. Het moet deze verwijzing zijn die de heren Daams en De Kort ertoe heeft gebracht om 1283 te noemen. 1283 heeft echter betrekking op de oudste verwijzing naar Stompwijk, niet naar de persoon Mouwerin van Stompic.
Ik citeer uit het register -dat ik dus ook al gebruikte in mijn hierbovengenoemde eerdere blog- de volledige paragraaf geschreven door schrijver ‘A’ die actief was in de genoemde periode, 1281 – 1284 4

[117.] Didderic vander Borch sine woninghe tussen Wille Toins ende Arnout ver Bertraden sone ende streket vanden Vliete tot Mitsvein ende achtiengharden tusscen Arnout den seluen ende Florens Hughen broder, ende ovver den Vliet ieghen die kerke van Vorburg achtiengharden en strecken an Noitdorper wech ende .xx. morghen west wart of dar an ( dese hout siin broder Willem van hem ) ende tvalf garden dar bi, ende ix garden die lecghet vanden Vliete anden Ouden wech ende .v. morghen iegen die Wiic.

Als uitleg bij deze paragraaf schrijft Muller 5 dat ‘Mitsvein’ het gebied tussen Den Haag en Voorburg was, dat ‘ovver de Vliet’ slaat op Tedingerbroek, de ‘Ouden wech’ de dorpsweg van Voorburg is en dat ‘die Wiic’ slaat op Stompwijk.

De voetnoot is aangevuld 6 .

  1. Over, door en om de Leytsche Dam : Geschiedenis van een gouden gemeente / Daams, Drs.F.H.C.M. & J.D. de Kort Sr. – Leidschendam, 1988. []
  2. in: Het oude register van Graaf Florens (met bijlagen en registers / Mr. S. Muller. In: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel 22, pag. 90-269. – Amsterdam, 1901. Meer specifiek pagina bladzijde 240 van het artikel of folio 59r van de tekst []
  3. Muller, p. 96 []
  4. Muller, p. 95. []
  5. Muller, p. 205 in de voetnoten bij de tekst. []
  6. in ‘Stompwijk in de Middeleeuwen’ schreef ik “Dan zelf maar proberen deze voetnoot te schrijven, maar waar te beginnen?” []
Dit bericht is geplaatst in stompwijk met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *