Stompwijk in de Middeleeuwen

Zo nu en dan pak ik het boek van Daams en De Kort, Over, door en om de Leytsche Dam. Geschiedenis van een gouden gemeente uit de kast en blader er weer eens doorheen 1  . Het is een goed boek en nog steeds te koop, zie bijvoorbeeld www.boekwinkeltjes.nl, maar dit terzijde. In het rijk geïllustreerde boek bekijk ik dan vooral die stukken tekst en foto’s die betrekking hebben op het buurtschap Stompwijk.

En altijd wordt mijn aandacht dan weer getrokken door de verwijzing naar een middeleeuwse bron waarin Stompwijk voor het eerst werd genoemd. Voor de duidelijkheid citeer ik maar even, p. 35:

De twee veendorpen Wilsveen (Willaemsvene) en Stompwijk worden in dertiende-eeuwse stukken voor het eerst vermeld. Het gehucht Wilsveen werd door Graaf Floris V in 1281 verkocht aan Dirk van Teylingen, getuige een oorkonde in zijn registerboek. De naam van het andere dorpje verschijnt in 1283 voor het eerst in een verwijzing naar een zekere Mouwerin Dircsz van Stompic en enige tijd later, in 1395, wordt het als de plaats Stompwic genoemd.

Ik vind deze alinea bij nader inzien toch wat vaag, want wat is een registerboek? En beslaat dat registerboek meer dan een eeuw? En is dat registerboek toegankelijk? Zo ja? Waar vind ik het dan? Het komt er eigenlijk op neer dat ik graag een voetnoot had gezien bij deze alinea, in ieder geval met een weergave van de precieze tekst in het register.

Dan zelf maar proberen deze voetnoot te schrijven, maar waar te beginnen? Het toeval hielp mij hier een handje, want -in het kader van het werk van schrijver dezes- voerde ik onlangs een onderzoekje uit naar de digitalisering van een oud drukwerk en hoe een en ander dan te presenteren op een website. En hoe gaat dat tegenwoordig? Je kijkt naar voorbeelden en al speurende kwam ik de website Historici.nl tegen, alwaar een flink aantal voor geschiedkundigen interessante oude drukwerken wordt aangeboden. Al klikkende en rondspeurende op die website, belandde ik uiteindelijk in het 22ste deel van de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap.

In de inhoudsopgave van dit deel werd mijn aandacht getrokken door de bijdrage van Mr. S. Muller, Het oude register van graaf Florens (met bijlagen en register) 2 . Het zou toch niet zo zijn dat ik zomaar, bij toeval dus, de gezochte bron voor het citaat uit de Leytsche Dam had gevonden?

D’r zat maar één ding op, dat artikel van Muller lezen en zien of ik die Mouwerin zou tegenkomen, en misschien nog wel meer. Nu is het doorlezen van een artikel uit 1901 een hele opgaaf, vooral ook omdat het maar liefst 180 bladzijden lang is, met een uitgebreide inleiding waarin over datering en bindwerk van het register werd gesproken en een uitgave van het registerboek zelf in dertiende eeuws nederlands doorspekt met allerlei afkortingen. Een register, zeg maar een reeks notities over eigendom, verkrijgen van eigendom en dergelijke is bovendien ongemeen saai.

Het is niet alleen mooi dat tegenwoordig die oudere historische teksten zo gemakkelijk beschikbaar zijn gemaakt, je kunt er ook op woordbasis is zoeken. Natuurlijk je moet rekening houden met OCR fouten, maar het is toch het proberen waard. En dus zocht ik in dit artikel naar ‘Mouwerin’ maar vond niks. Toen maar gezocht op ‘stomp’. En verdraaid dat staat er diverse malen in, waaronder ook in het register zelf. Op bladzijde 240 van het artikel of folio 59r (de voorzijde van folio/blad 59) van het register vond ik onze Mouwerin. Ik geef de hele paragraaf:

Item in Ketel Mouwerin van Stompic (xij) vj morghen lands, die beleghen heeft an die Philips Heinrix s. an die zuutside en de Willem Aelbrechts s. hadse beleghen an die nortside.

Kennelijk heeft onze Mouwerin een stuk grond verworven in Ketel (en dat ligt in de buurt van Schiedam). Eigenlijk lezen we dus alleen maar dat Mouwerin uit Stompwijk kwam. Over de plaats zelf is niks gezegd, bijvoorbeeld waar het ligt of hoe groot het is, maar we mogen in ieder geval aannemen dat Stompwijk toen al bestond.

En dan de datering. Op grond van de inleidende woorden van Muller is juist dit stuk in het register te dateren in 1346-1347 3 en wel op grond van het gebruikte handschrifttype, door Muller aangeduid als ‘Q’. Dus hoe komen Daams en De Kort dan aan 1283? Ik weet het niet.

In de marge van het register op de plaats waar Mouwerin wordt genoemd, is nog in een andere latere hand (‘W’, door Muller gedateerd op 1367) het volgende genoteerd:

Mortuus est et ….. Dirc van Stumpijc. Dirc van Stompijc. [Dirk van Stompwijk is overleden, aj]

Het is mij zo niet duidelijk wat de relatie tussen Dirk en Mouwerin is, maar kennelijk vond de schrijver in het registerboek het de moeite waard om deze mededeling te doen. En we hebben wel een nieuwe aanvullende datering!

Het lijkt mij gezien het verschil in jaren, zo’n 20 jaar, redelijk te veronderstellen dat er een directe relatie is tussen Mouwerin en Dirc (een zoon-vader relatie?) en dat dan de datering van ‘Q’ wel goed is. Een verschil van meer dan 80 jaar is in dit verband niet zo logisch.

Het ziet er trouwens ook naar uit dat Mouwerin nog een keer voorkomt in het register! Even verderop, op fol. 59v [u raadt het al, de achterzijde van folio 59] en in de hand van ‘Q’:

Jtem Mouwerijn Dierix s. xvj morghen in Borgerdike, (ende x morghen in Borgerdike aen j. ander stuc) dar leecht op die oestside aaen die xvj morghen Jans woninghe vanden Hofdike …

Geen Stompwijk te bekennen, maar op grond van weer een aantekening in de kantlijn van schrijver ‘W’, Mortuus et emit Dirc van Stompijc xvj morghen, durf ik te stellen dat we met dezelfde persoon te maken hebben.

Mouwerin, de Stompwijker, beheerde dus aardig wat grond 4 ! Had hij zijn aanzien en rijkdom (en macht) in Stompwijk verkregen? Hoe dan? Dat zal wel een mysterie blijven.

 

  1. Over, door en om de Leytsche Dam : Geschiedenis van een gouden gemeente / Daams, Drs.F.H.C.M. & J.D. de Kort Sr. – Leidschendam, 1988. []
  2. Het oude register van Graaf Florens (met bijlagen en registers / Mr. S. Muller. In: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel 22, pag. 90-269. – Amsterdam, 1901 []
  3. p. 96 []
  4. 1 Rijnlandse morgen is 8516 vierkante meter. Hij had de beschikking over 6 of 12 morgen in Ketel en nog eens 16 morgen in Borgherdike, dus ongeveer 187.000 of  238.000 vierkante meter. []
Dit bericht is geplaatst in stompwijk met de tags , . Bookmark de permalink.

Een reactie op Stompwijk in de Middeleeuwen

  1. Floor van Haaster schreef:

    Super interessant Aad, bedankt voor het linkje naar je blog op Facebook. Ik kende het nog niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *