1812 : Napoleons fatale veldtocht naar Moskou

1812 : Napoleons fatale veldtocht naar Moskou / Adam Zamoyski. – Amsterdam : Uitgeverij Balans. – 2007. [978 90 5018 6537]

1812 is wat mij beteft een zeer geslaagd boek. Zamoyski behandelt uitvoerig de veldtocht van de Fransen naar Moskou in 1812 en maakt daarvoor gebruik van vele bronnen: officiele studies -ook russische-, dagboeken, ooggetuigenverslagen en ga zo verder. Geslaagd omdat op een indringende wijze wordt verhaald over Napoleon en tsaar Alexander en hun aanvankelijke pogingen om een conflict te voorkomen. Er wordt uitvoerig gesproken over de voorbereidingen – in heel Europa, althans het deel dat in de invloedssfeer lag van Frankrijk- om het invasieleger op de been te krijgen. Dat invasieleger bestond dan ook uit soldaten uit veel naties en dat betekende uiteraard, vooral op de werkvloer, problemen in de communicatie.

Niet alleen verliep de communicatie van boven naar beneden niet altijd goed, ook de communicatie tussen de diverse werkvloeren – zeg de duitsers en de fransen, de italianen en de oostenrijkers, enz. – werd vaak bepaald door zeg maar gerust vijandige gevoelens. Dat was aan russiche kant beter geregeld. Gemeenschappen, zeg dorpen, regio’s, stadjes werden geacht 5 soldaten te leveren per laten we zeggen 500 inwoners, soms 10 al naar gelang de behoefte. Deze mannen werden dan soldaat voor 25 jaar. De meesten overleefden dat niet, zij sneuvelden in de strijd, vielen bij bosjes aan schotwonden, de tering, cholera en de pest of verhongerden simpelweg. Zij die het overleefden en na hun diensttijd terug wilden keren naar de gewone maatschappij konden daar vaak niet meer aarden. Velen tekenden daarom maar bij. Dat betekende natuurlijk wel dat de russische soldaat een geharde soldaat was, die vaak met minder materieel dan de tegenstander toch een vasthoudende soldaat was. Hij was ook vasthoudend omdat alleen al de suggestie van plichtsverzuim een standrechtelijke executie betekende.

Natuurlijk wordt in het boek stil gestaan bij de problematiek rondom de bevoorrading van het leger van Napoleon. De aanvoerlijnen werden steeds langer, de honger steeds sterker, het aantal paarden nam dus af en daarmee de mogelijkheid van makkelijker transport (er is vaak aandacht voor het lot van het paard in dit boek). Daaraan gerelateerd waren de toenemende plundertochten en het geweld tegen de burgerbevolking door kleinere groepen ‘franse’ soldaten die dan vaak juist een makkelijker prooi waren voor de kozakken. Over en weer werden krijgsgevangenen gemaakt, die overigens niet werden gevoed, zelfs veelal van hun kleding werden beroofd. Dat is geen pretje bij -25 graden! Krijgsgevangen gemaakt worden, stond, later tijdens de veldtocht vrijwel altijd gelijk aan de dood. En dat verklaart dan ook misschien waarom er wel veel werd gedeserteerd -aan beide zijden- maar dat men zich niet gemakkelijk overgaf. Dat laatste zou toch een zekere dood betekenen.

En hoe zit het met de nederlanders? De ouderen onder ons hebben natuurlijk tijdens de geschiedenisles gehoord van de speciale inzet (iets waar we trots op kunnen zijn) van die nederlanders in de bouw van de bruggen over de Berezina (we zijn dan al weer op de terugtocht). Zamoyski spreekt daar inderdaad over, maar hij nuanceert mijn beeld van die speciale inzet. Niet de gewone nederlandse soldaat klaarde die klus, maar de genieafdeling van de nederlanders, dan spreken we over ongeveer 400 man. Van die 400 overleefden uiteindelijk 8 man, 2 procent. Van alle nederlandse soldaten sneuvelden er ongeveer 10.000. De nederlandse bevolking was destijds iets meer dan twee miljoen. Dat moet toch een grote impact hebben gehad op Nederland? Afgezet naar het huidige bevolkingsaantal van ongeveer zestien miljoen, hebben we het dan over 80.000 gesneuvelden (p. 467).

En nu we toch getallen noemen. Beroemd is de grafiek van Minard. In dit plaatje waarin tijd, plaats en mankracht aan franse zijde worden gecombineerd, wordt duidelijk gemaakt hoe het met overleven stond, of -contrasterend- met de dood. In 1812 is op bladzijde 468-469 een bijgeschaafde versie van de grafiek gemaakt. 575.000 soldaten trokken Rusland in op 24 juni 1812, ongeveer 120.000 soldaten keerden op 14 december terug. Gedurende deze periode zijn ongeveer ook nog 50.000 gewonden en deserteurs weg kunnen komen. In de cijfers zijn niet de aan het leger gelieerde burgers opgenomen: handelaars, avonturiers, geliefden, ja zelfs familieleden van soldaten. Ik las ergens dat dat er naar schatting toch ook zo’n 200.000 zijn geweest. Hoeveel van die lieden terugkeerden is niet bekend. In 1814 stuurden de russen nog 20.000 vroeg tijdens de invasie gevangen genomen krijgsgevangenen en deserteurs naar huis. De later gemaakte krijgsgevangen overleefden, zoals gezegd, veelal niet.

Voor mensen die interesse hebben in algemene geschiedenis, is dit boek een must. Een boek ook, dat in 1939 geschreven had moeten worden.

Dit bericht is geplaatst in boeken met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *