Rijke Jantje.

Graag plaats ik hier nog een foto die mij doet denken aan de oude buurman, Jan van Veen. Buurman Van Veen was namelijk getrouwd met Anna Starrenburg, de jonge vrouw op de foto, rechtsachter. Ik heb mevrouw Van Veen-Starrenburg dus redelijk goed gekend.

Gemaakt in Stompwijk voor het huis van de familie Starrenburg aan de Dr. van Noortstraat. Op de voorgrond v.l.n.r. Jo, Oma Starrenburg, Wim achter Miet en Anna.

Het staat mij duidelijk voor de geest, zij zag er -als zij niet aan het huishouden werkte- altijd uit om door een ringetje te halen. Prachtige kleren, fraai gekapt -later met zo’n kekke, licht paarse, kleurspoeling.

Nooit werd in de buurt de vraag gesteld, “waar doen ze het toch van?”. De bijnaam van haar man was immers niet voor niets “rijke Jantje”. Bijzonder aardig was de buurman, als hij na zijn bezoek aan mijn vader altijd zei: “ik ga maar weer gauw op huis an, want mijn duifje zit op me te wachten”. Als kind vond ik dat altijd al erg mooi uitgedrukt.

En als ik de foto zo eens bekijk dan kan ik me zo’n koosnaampje goed voorstellen.

Van de buurman weet ik nog dat hij in zijn iets jongere jaren samen met zijn broer Henk van Veen op jacht ging, hazenjacht wel te verstaan. Zij trokken dan de polder in met jachtgeweer en polsstok. Tot op hoge leeftijd sprongen zij met die stok over de poldersloten. Ik heb ze nooit met een nat pak thuis zien komen.

Wel met hazen, maar toen de leeftijd toch wel erg ver gevorderd was, kwam het steeds vaker voor dat zij met lege handen thuiskwamen. Op de vraag of zij nog iets geschoten hadden, kwam dan steevast het antwoord: “D’r was geen haas te bekennen, die stadse lui hebben ze allemaal verjaagd”.

Ikzelf vermoed nu dat de hand aan het geweer, na de inspanning van het springen over die sloten, toch wat minder vast was, maar dit terzijde.

Buurman Van Veen heeft in zijn oude dagen ook nog een keer een roeiboot gemaakt. Geheel met de hand. De planken werden gekocht en bewerkt en in de goede vorm gebogen. Planken op een stel kisten en met stoeptegels buigen. Een werkje dat toch zeker een jaar duurde. Hij had dan ook geen haast.

Uiteindelijk werd de boot afgemaakt, geverfd en geteerd. Een ding had de buurman over het hoofd gezien. De planken waren stuk voor stuk veel te zwaar, veel te dik, want misschien wel van de verkeerde houtsoort. De boot had een diepgang waar je u tegen zei. Je moest toch wel wat lef hebben om nog in het bootje plaats te nemen. Om over het roeien maar niet te spreken.

Martien van der Pijl reageerde op de foto en mijn herinneringen als volgt: “Ik heb met veel plezier je verhaal over Jan van Veen gelezen. Nu weet ik ook met welke Janson ik te maken heb. In de zomer vakantie logeerde ik vaak bij Oom Jan en Tante Anna van Veen. Dan moet je denken aan de periode 1946 tot 1952. Ik herken natuurlijk veel zaken in je verhalen en ik zou er nog wel enkele bladzijden aan toe kunnen voegen.

Ik vond het altijd spannend om daar te logeren. Met de grote neven de polder in, want het jachtinstinkt zat er toch nog wel een beetje in. Ik was toen nog te klein om met de polsstok over de in mijn ogen enorme sloten te springen. Daar hadden de neven wel wat op gevonden: “Goof” (dat was bij de familie Van Veen mijn bijnaam, want dat hoorde zo in Stompwijk) werd zo hoog mogelijk in de polsstok gehangen en dan naar de overkant de geduwd. Dat verveelde al gauw en dan werd het wat spannender gemaakt door de polsstok een wat minder harde duw te geven, zodat ik midden in de sloot tot stilstand kwam. Dan hadden de neven de grootste lol.

Thuis gekomen kregen zij op hun kop van tante Anna en mijn nichten, want zij mochten mij niet zo plagen.

Ik moest wel “de kost” verdienen. Er werd daarom een zinken teil met water op het erf gezet waarin kazen lagen te weken. Deze moesten dan met een kaasmes geschrapt worden om de korst weer schoon te maken. Oom Jan kwam dan inspecteren of het wel goed ging anders moest ik op water en brood in het cachot, dat is dat stenen huisje tussen jouw ouderlijk huis en het huis van Oom Jan. Ik weet niet of dat huisje nog bestaat of dat het afgebroken is. (Het ‘gewaggie’ zoals het gebouwtje in de Stompwijkse volksmond werd genoemd, is inmiddels verdwenen, aj).

De roeiboot waarover je het in je verhaal hebt, kan ik mij nog goed herinneren. De boot had de toepasselijke naam “De Big” gekregen. Ik heb nog met deze onderzeeër op de plassen bij de helbossen (Zoeterwoude) gevaren. Je moest heel voorzichtig bomen anders liep de boot vol water. Gelukkig waren die plasjes niet zo diep anders had ik het misschien niet na kunnen vertellen.

Soms ging ik bij Willem van Veen (broer van Oom Jan, aj) naar het palingroken kijken en als ik geluk had kreeg ik wel eens een (te kleine onverkoopbare) vers gerookte paling.

Dit bericht is geplaatst in foto's met de tags , , , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Rijke Jantje.

  1. Jac Starrenburg schreef:

    Kreeg via mijn nichtje deze link met foto doorgestuurd en zie tot mijn verbazing een jeugdfoto waarop o.a. mijn vader Wim Starrenburg staat afgebeeld. Zeer bijzonder want tot op heden was ons, als gezin, geen jeugdfoto bekend van onze vader.
    Jan van Veen en tante Anna ken ik minder intens dan Martien v/d Pijl (neef van ons) maar wel van de verjaardagen bij ons thuis.
    Kwam op de gezamenlijk gevierde verjaardagen van mijn ouders, had altijd grootse verhalen en rookte immer van de grote sigaren (mocht toen nog).
    Het huis aan de toen nog Stompwijkseweg was markant en ik herkende het altijd als een soort van baken als we op familiebezoek in Stompwijk gingen. Probeer het huis recent nog terug te halen in mijn herinnering tijdens een fietstochtje maar kan het niet meer echt herkennen. De huisnummering is ooit in het verleden aangepast maar wel wat gepuzzel en m.b.v. een oude stratenboekje uit 1931 kom ik uit op thans Dr. van Noortstraat ergens tussen de huidige nummers : 36 en 40. (voormalig Stompwijkseweg 126). Ben ik juist of kan iemand mij helpen en nog wat nauwkeuriger hierin zijn? Met vr grt Jac Starrenburg

  2. Gerard Verhagen schreef:

    Beste Aad,
    Je verteld wel het verhaal van Rijke Jantje, jullie buurman, maar aan de overzijde van jullie woonde Wim van Veen de visser en ook palingroker. Hij was getrouwd met Jo Starrenburg. Hij woonde daar samen met zijn twee vrijgezellen broers Jaap en Henk. Deze twee gingen vaak jagen waarbij Jan (rijke Jan) af en toe ook meeging. Zij hadden ook nog land aan de Meer en Geerweg met een schuurtje. Dit was hun centrale jaagpunt en gingen van hieruit in deze polder jagen. Jaap en Henk waren boterboeren alsook Rijke Jantje. Zij verkochten hun boter in Den Haag. Willem had zijn visserij en rokerij en deed dit samen met nog een broer Dorus geheten. Die woonde enkele huizen verderop naast Hilgersom de kolenboer. Tot zover mijn informatie. Ik weet dit, omdat wij ernaast woonden namelijk ik ben een zoon van Gerrit Verhagen jullie overbuurman. Mvg Gerard Verhagen

  3. Beste Aad,
    In de reactie van Gerard Verhagen over rijke Jantje (Mijn ome Jan) klopt iets niet.
    Er staat dat Wim van Veen getrouwd was met Jo Starrenburg. Dit is niet correct. Ik weet dit zeker omdat mijn Moeder Jo Starrenburg is. Wim van Veen was vrijgezel.
    In het huis Van Veen woonde ook Jo van Veen (een zus van Wim). Misschien bedoelde Gerard Verhagen deze vrouw. Jo van Veen is later getrouwd met de tuinder Warmehoven uit Leidschendam. Anna van Veen was getrouw met Jan Esveld (Blesse Paard). Ik hoop dat het allemaal klopt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *