GERARDUS CORNELIS VAN NOORT.

homepage
brief van G.C. van Noort


zijn jeugd:
Gerardus Cornelis van Noort werd geboren op 9 mei 1861 in Stompwijk. In dit dorp verdienden de meeste inwoners hun dagelijkse brood in de veeteelt en met de handel in zuivelprodukten. Van Noorts vader echter was werkzaam in de bouw.

Van zijn jeugd in Stompwijk is eigenlijk niets bekend of het is uit indirecte informatie. Zo is bekend dat hij een flink deel van zijn jeugd in het Oosteinde van Stompwijk heeft gewoond, maar de herdenkingsplaat voor Van Noort is ingemetseld in een woning aan de huidige Dr. Van Noortstraat, omdat daar zijn geboortehuis heeft gestaan. Dat betekent dat Van Noort minstens een keer – binnen het dorp – verhuisd moet zijn. In de familiegeschiedenis van schrijver dezes gaat verder het verhaal dat Van Noort op jonge leeftijd geregeld moest worden thuisgebracht, in het Oosteinde. Van Noort namelijk volgde buiten de gewone schooltijden franse les bij pastoor Canters en na afloop van die lessen moest hij naar het Oosteinde worden teruggebracht. Van Noort moet dus een intelligente jongen geweest zijn, die klaar gestoomd werd voor het seminarie.

zijn seminarietijd:
In 1873 was het dan zover. Van Noort vertrok naar het klein-seminarie van Hageveld en daarna naar het groot-seminarie in Warmond. Van zijn studietijd is niets bekend. In 1884 werd hij tot priester gewijd en hij droeg op 19 augustus in dat jaar zijn eerste heilige mis op in de parochiekerk van de Heilige Laurentius in Stompwijk. Tekenend voor de rest van zijn leven is de spreuk op de voorzijde van het fraai gekleurde gedachtenisplaatje van die gebeurtenis: 'Al wat men niet voor God doet, wordt eene kwelling.'

Het hele leven van Van Noort staat in dienst van God en geloof. Dit wordt overigens nog eens onderstreept door het gebed voor de priester, op de achterzijde van het plaatje afgedrukt: ''God van goedheid, Gij, die verlangt dat alle harten branden door het vuur uwer liefde, verleen uwen dienaar Gerardus de genade om U altijd van ganscher harte te beminnen, en die liefde te toonen door werken voor Christus Jezus onze Heer. Amen.''

zijn eerste priesterschap:
Na zijn priesterwijding vertrok Van Noort naar Medemblik waar hij gedurende drie jaren kapelaan was. In 1887 vertrok hij – wederom als kapelaan - naar Amsterdam en bleef aldaar tot zijn benoeming als hoogleraar in Warmond in 1892. Ook van deze periode, 1884 – 1892, is niet veel bekend. Wellicht dat archiefonderzoek daar nog verandering in kan brengen. Duidelijk is wel dat Van Noort een herderlijk leven moet hebben geleid met veel werk en veel studie. Uit zijn vroegste publicaties komt een enorme belezenheid naar voren en niet alleen van de klassieke kerkelijke literatuur. Nog tijdens zijn werk in Amsterdam verschenen de eerste publicaties van zijn hand.

Ook zijn aandacht voor de 'gewone man' moet genoemd worden. Ongetwijfeld is Van Noort tijdens zijn werk als kapelaan in Medemblik en Amsterdam geconfronteerd geweest met armoede en ellende in zijn parochies. Als geen ander voelde hij de ook toen snel veranderende maatschappij aan – denk aan het opkomende socialisme, de eerste vakbonden, een beginnende ontkerkelijking in de grote steden, opstanden in het toenmalige Nederlands Indie - en de vervelende consequenties daarvan voor velen. In zijn eerste publicaties richt hij zich eigenlijk tot die 'gewone man'. In ieder geval maakt Van Noort zich ernstige zorgen over 'die gewone man'.

zijn professoraat:
In 1892 werd Van Noort benoemd tot hoogleraar, verbonden aan het groot seminarie te Warmond. Hij behield zijn post tot 1908. Tijdens de periode in Warmond profileert Van Noort zich als bekend en gerespecteerd geleerde en op het terrein van de katholieke dogmatiek begint hij in 1898 een indrukwekkende reeks theologische standaardwerken te publiceren. Binnen een tijdsbestek van zo’n tien jaar publiceerde hij een hele reeks uitstekende theologische tractaten. Deze
werken zouden in de eerste helft van de 20ste eeuw een prominente plaats innemen binnen de priesteropleidingen aan de seminaries, maar zeer zeker ook daarbuiten.

Niet alleen zijn boeken waren gedegen opgebouwd en onderbouwd. Ook zijn colleges aan de seminaristen in Warmond getuigden van helderheid en structuur. Ik citeer A. Hollenberg die in 1949 in zijn bijdrage Professor Mgr Dr G. C. Van Noort in "Waar eens een Franse kostschool stond : opstellen over Warmonds Studentenleven ..." schreef: "Hoe gaf Van Noort dan les? Heel eenvoudig: de eerste vijf minuten werden gewijd aan een summiere repetitie van de vorige les. Daarna dicteerde hij enkele puntjes, zelden langer dan gedurende tien minuten. Dan begon eerst de eigenlijke les: uitlegging van de gedicteerde puntjes, kort en scherp." Uit een dergelijke beschrijving komt een man naar voren die kort, zakelijk en nuchter te werk ging.

Maar Van Noort kon ook kortaf zijn en geregeld overtuigd zijn van het eigen gelijk. Zo weigerde hij het handboek van zijn voorganger in Warmond te gebruiken, hoewel zijn voorganger nog in Warmond was blijven wonen.

Van Noorts werk in Warmond kwam ten einde toen hij in 1908 werd ontslagen door bisschop Callier. Hij vertrok naar Amsterdam om aldaar pastoor te worden. Hoewel het ontslag naar buiten toe nooit grondig werd toegelicht, neemt men aan dat Van Noort beschuldigd werd van 'modernistische tendensen'.
Greitemann in zijn boek ‘Op zoek naar de tweede onschuld’, p. 67 is iets precieser en meent een verband te zien tussen de opzienbarende opvatting –althans in die tijd en voor een roomskatholiek priester- van Van Noort dat het menselijke lichaam zich langs de normale weg van de evolutie ontwikkeld kan hebben en zijn ontslag.