
|
Herinneringen aan het rijke Roomse Leven : Volksdevotie van toen / Jack Botermans, Wim van Grinsven. - Terra : Arnhem. - 2007. [978-90-5897-739-7]
Een prachtige verzameling foto's van beeldjes, prentjes en allerlei voorwerpen gebruikt in de mis en in processies. Bijzonder leuk om te bekijken en - voor mij althans - geregeld het feest der herkenning. Jonge lezers zullen hun ogen uitkijken en zich verbazen over de al dan niet geveinsde devotie, zoals die in de foto's naar voren komt. Oudere lezers zullen veel herkennen en misschien schieten er na het bekijken van de voorwerpen die zoal cadeau werden gedaan bij het feest van de eerste heilige communie weer allerlei herinneringen in het hoofd.
De begeleidende teksten zijn in de eerste plaats duidelijk bedoeld voor de leek, maar ook de katholiek van huis uit kan er zijn voordeel mee doen. Geregeld betrapte ik de samenstellers van de tekst op hilarische bedoelde opmerkingen: "Kijk hem nou toch eens. Nou ja, als ie straks naar meisjes trekt, gaat het wel over" [naar aanleiding van het mis naspelen door jonge jongens vaak met een stel vriendjes samen en een speelgoed altaartje, blz 84] en "Meisjes niet. Die mochten het altaar niet op. Waarom niet? Ja dat was nou eenmaal zo. En als je het niet gelooft, vraag je het maar aan meneer pastoor" [blz. 85].
Ikzelf leerde in 1961 lezen en zodra dat een beetje lukte, dat zal een jaartje later zijn geweest, kregen we katechismus. Ik herinner me vaag mijn gezwoeg op de lastige tekst, die ik uit mijn hoofd diende te leren. Dat alles vond plaats in het naaikamertje van mijn moeder, tussen de nog te verstellen broeken en de te stopppen sokken. Niet zo veel later hoefde dat niet meer. Het waarom heb ik toen nooit goed begrepen en eerlijk gezegd, ik vond het allemaal we goed zo. In het boek wordt bij wijze van koptekst zeer geregeld een citaat uit de katechismus gegeven, dus de vraag en het antwoord. Je krijgt zo een goed beeld wat de katechismus inhield en waar het citaat soms toe leidde.
|

|
1812 : Napoleons fatale veldtocht naar Moskou / Adam Zamoyski. - Amsterdam : Uitgeverij Balans. - 2007. [978 90 5018 6537]
1812 is wat mij beteft een zeer geslaagd boek. Zamoyski behandelt uitvoerig de veldtocht van de Fransen naar Moskou in 1812 en maakt daarvoor gebruik van vele bronnen: officiele studies -ook russische-, dagboeken, ooggetuigenverslagen en ga zo verder. Geslaagd omdat op een indringende wijze wordt verhaald over Napoleon en tsaar Alexander en hun aanvankelijke pogingen om een conflict te voorkomen. Er wordt uitvoerig gesproken over de voorbereidingen - in heel Europa, althans het deel dat in de invloedssfeer lag van Frankrijk- om het invasieleger op de been te krijgen. Dat invasieleger bestond dan ook uit soldaten uit veel naties en dat betekende uiteraard, vooral op de werkvloer, problemen in de communicatie.
Niet alleen verliep de communicatie van boven naar beneden niet altijd goed, ook de communicatie tussen de diverse werkvloeren - zeg de duitsers en de fransen, de italianen en de oostenrijkers, enz. - werd vaak bepaald door zeg maar gerust vijandige gevoelens. Dat was aan russiche kant beter geregeld. Gemeenschappen, zeg dorpen, regio's, stadjes werden
geacht 5 soldaten te leveren per laten we zeggen 500 inwoners, soms 10 al naar gelang de behoefte. Deze mannen werden dan soldaat voor 25 jaar. De meesten overleefden dat niet, zij sneuvelden in de strijd, vielen bij bosjes aan schotwonden, de tering, cholera en de pest of verhongerden simpelweg. Zij die het overleefden en na hun diensttijd terug wilden keren naar de gewone maatschappij konden daar vaak niet meer aarden. Velen tekenden daarom maar bij. Dat betekende natuurlijk wel dat de russische soldaat een geharde soldaat was, die vaak met minder materieel dan de tegenstander toch een vasthoudende soldaat was. Hij was ook vasthoudend omdat alleen al de suggestie van plichtsverzuim een standrechtelijke executie betekende.
Natuurlijk wordt in het boek stil gestaan bij de problematiek rondom de bevoorrading van het leger van Napoleon. De aanvoerlijnen werden steeds langer, de honger steeds sterker, het aantal paarden nam dus af en daarmee de mogelijkheid van makkelijker transport (er is vaak aandacht voor het lot van het paard in dit boek). Daaraan gerelateerd waren de toenemende plundertochten en het geweld tegen de burgerbevolking door kleinere groepen 'franse' soldaten die dan vaak juist een makkelijker prooi waren voor de kozakken. Over en weer werden krijgsgevangenen gemaakt, die overigens niet werden gevoed, zelfs veelal van hun kleding werden beroofd. Dat is geen pretje bij -25 graden! Krijgsgevangen gemaakt worden, stond, later tijdens de veldtocht vrijwel altijd gelijk aan de dood. En dat verklaart dan ook misschien waarom er wel veel werd gedeserteerd -aan beide zijden- maar dat men zich niet gemakkelijk overgaf. Dat laatste zou toch een zekere dood betekenen.
En hoe zit het met de nederlanders? De ouderen onder ons hebben natuurlijk tijdens de geschiedenisles gehoord van de speciale inzet (iets waar we trots op kunnen zijn) van die nederlanders in de bouw van de bruggen over de Berezina (we zijn dan al weer op de terugtocht). Zamoyski spreekt daar inderdaad over, maar hij nuanceert mijn beeld van die speciale inzet. Niet de gewone nederlandse soldaat klaarde die klus, maar de genieafdeling van de nederlanders, dan spreken we over ongeveer 400 man. Van die 400 overleefden uiteindelijk 8 man, 2 procent. Van alle nederlandse soldaten sneuvelden er ongeveer 10.000. De nederlandse bevolking was destijds iets meer dan twee miljoen. Dat moet toch een grote impact hebben gehad op Nederland? Afgezet naar het huidige bevolkingsaantal van ongeveer zestien miljoen, hebben we het dan over 80.000 gesneuvelden (p. 467).
En nu we toch getallen noemen. Beroemd is de grafiek van Minard. In dit plaatje waarin tijd, plaats en mankracht aan franse zijde worden gecombineerd, wordt duidelijk gemaakt hoe het met overleven stond, of -contrasterend- met de dood. In 1812 is op bladzijde 468-469 een bijgeschaafde versie van de grafiek gemaakt. 575.000 soldaten trokken Rusland in op 24 juni 1812, ongeveer 120.000 soldaten keerden op 14 december terug. Gedurende deze periode zijn ongeveer ook nog 50.000 gewonden en deserteurs weg kunnen komen. In de cijfers zijn niet de aan het leger gelieerde burgers opgenomen: handelaars, avonturiers, geliefden, ja zelfs familieleden van soldaten. Ik las ergens dat dat er naar schatting toch ook zo'n 200.000 zijn geweest. Hoeveel van die lieden terugkeerden is niet bekend. In 1814 stuurden de russen nog 20.000 vroeg tijdens de invasie gevangen genomen krijgsgevangenen en deserteurs naar huis. De later gemaakte krijgsgevangen overleefden, zoals gezegd, veelal niet.
Voor mensen die interesse hebben in algemene geschiedenis, is dit boek een must. Een boek ook, dat in 1939 geschreven had moeten worden.
|

|
Kepler : Astronoom op zoek naar Harmonie / Anna Maria Lombardi. - Wetenschappelijke biografie, 20. - Amsterdam : Natuurwetenschap & Techniek / Veen Magazines. - 2007. [978 90 8571 1278][uit het italiaans vertaald]
Zo'n vier keer per jaar verschijnt er in de reeks 'Wetenschappelijke biografie' een levensbeschrijving van een bekende geleerde. Dat kunnen wetenschappers zijn uit lang vervlogen tijden, zoals Archimedes, maar ook beroemde wetenschappers uit recente jaren komen aan bod, zoals Einstein of Feynman.
Onlangs verscheen het boek over de beroemde astronoom Joahnnes Kepler [1571-1630]. Een moedig man, hij schaarde zich openlijk achter de stelling van Copernicus dat niet de aarde, maar de zon in het centrum van ons zonnestelsel staat. Sterker nog, hij toonde ook aan dat de banen van de planeten om de zon niet cirkelvormig zijn, maar ellipsvormig (de eerste wet van Kepler). Dat is vloeken in de kerk, want de schepping is immers perfect en dus draaien de hemellichamen in volmaakte cirkels om elkaar. Of de zon nu in het centrum staat of niet. Niet alleen echter toonde Kepler aan dat er geen sprake is van cirkelvormige hemellichaambewegingen, zelf de snelheid waarmee die lichamen door de ruimte snellen varieert (de tweede wet van Kepler). En hiermee hebben we dus nu twee van Keplers bewezen observaties te pakken. De derde publiceerde hij veel later dan zijn eerste twee, omdat hij daar ongelooflijk veel rekenwerk voor moest verrichten. En dat gewoon op papier of uit het hoofd natuurlijk en op basis van eigen waarnemingen en die van de andere beroemde astronoom, Tycho Brahe, voor wie Kepler jarenlang werkte. Als niet-beta-man maak ik voor de samenvatting van de derde wet me er met een jantje-van-leiden vanaf, ik citeer namelijk: "Het kwadraat van de omlooptijd van een planeet is evenredig met de derde macht van haar gemiddelde afstand tot de zon".
Kepler leidde een lastig bestaan. Als gedoopt katholiek verkeerde hij om den brode jarenlang in landen en steden waar katholieken eigenlijk niet zo werden gedoogd, ik druk me voorzichtig uit. Kepler lostte dat op door te verkondigen dat hij weliswaar katholiek gedoopt was, maar dat hij het instituut katholieke kerk niet aanvaardde, de slimmerik. Hij is nooit formeel protestant geworden. Je kunt het ook anders zien en zeggen dat Kepler van twee walletjes probeerde te eten. Persoonlijk vind ik daar niets op tegen in dit geval, want we moeten ons wel realiseren dat in het latere leven van Kepler langzaamaan werd toegewerkt (al dan niet bewust) naar de beruchte dertigjarige oorlog, in wezen een godsdienstoorlog. Het feitelijke uitbreken van die oorlog heeft hij niet meegemaakt. Overigens, het kerkhof waar hij begraven was is een maand of wat na het begin van de oorlog geworden tot een slagveld, zijn graf is daardoor al na een paar maanden spoorloos verdwenen, de lucht in gevlogen zou je kunnen zeggen.
Dit boek geeft niet alleen inzicht in de wetten die Kepler ontdekte en beschreef, de lezer krijgt ook een indruk van het wetenschappelijke klimaat in die jaren. Zoals, hoe publiceer je je wetenschappelijk werk? Publiceren in tijdschriften kon natuurlijk niet, want die bestonden nog niet. Publiceren in een net boek moest zelf worden bekostigd en dat kon natuurlijk niet altijd. Een brief schrijven met je bevindingen, aldus je ontdekkingen vastleggend, naar een bevriend collega elders in Europa was eigenlijk nog het goedkoopst. En dan maar hopen dat je collega een echte vriend is natuurlijk.
Kepler heeft ook nog een jaar lang zijn hoogbejaarde moeder verdedigd voor een gerechtshof, omdat zij was beschuldigd van hekserij. Uiteindelijk was hij succesvol en werd zijn moeder vrijgesproken. Een van de bewijsstukken, overigens, was een manuscript van Kepler. In dit manuscript een verhaal dat we tegenwoordig zouden rangschikken onder het kopje science-fiction. Een merkwaardige vorm van rechtvoeren lijkt mij, maar goed, het is dan ook al 400 jaar geleden gebeurd. Het manuscript is later gewoon gepubliceerd.
Mensen die geinteresseerd zijn in wetenschapsgeschiedenis kunnen met dit boek weer een stapje verder komen, met de hele reeks een paar flinke stappen.
|