Nieuw project, nieuwe website.

De afgelopen maanden heb ik wekelijks geschreven over onderwerpen die betrekking hebben op de GDP in Stompwijk, maar toch meestal over de molendriegang in die polder. Daarvoor gebruikte ik het immer populaire medium WordPress, in feite een software omgeving waarmee men kan bloggen.

WordPress doet meer dan alleen een stuk gereedschap zijn om blogs te schrijven. Het is inmiddels ook nog uitgegroeid tot een volwaardig content management systeem, een systeem dus waarmee je website kunt bouwen en onderhouden. WordPress dus om te bouwen en te vullen.

Ieder content management systeem geeft je tal van mogelijkheden om teksten te schrijven en op te maken en te voorzien van illustraties, maar wat het niet doet is bijdragen of blogs in een duidelijke structuur zetten. En dat is in feite de oorzaak van de indeling op deze website zoals die nu is.

Een beperkt algemeen menu bovenaan en rechts van de bijdragen een paar tabelletjes met recente blogs, categorien en een archief, dat is het dan zo wel. Bovendien bieden de categorieën geen garantie dat je echt bij elkaar horende stukken ook bij elkaar gepresenteerd kunt krijgen. Ter illustratie, als men op ‘stompwijk’ klikt dan wordt een lijst met 24 bijdragen getoond, waaronder het stuk Landschapselementen in Stompwijk. En dat heeft niets te maken met de GDP.

Om nu toch een zekere uniformiteit te bieden in mijn bijdragen over de GDP heb ik besloten om een nieuwe website te starten: gdp-stompwijk.nl. Op deze website -eveneens geheel gebouwd en gevuld met WordPress software- verzamel ik de bijdragen die gaan over de GDP.

Dat betekent dat een deel van mijn blogs hier, ook een plekje krijgen, of al hebben gekregen, op gdp-stompwijk.nl. In tegenstelling tot mijn blog hier (op www.aadjanson.nl dus) zullen daar dus alleen bijdragen verschijnen over de GDP.

De bijdragen zullen daar gestructureerd worden -voorlopig althans-  op eeuw. Dus de GDP in de 15de eeuw of de 18de eeuw. In sommige eeuwen staat nu al een bericht, soms zelf al meerdere berichten, in andere eeuwen nog niets. U begrijpt, het is bedoeling om in de loop der tijd (jaren?) een zo volledig mogelijk historisch beeld te schetsen van het gebied dat we nu de GDP noemen.

Uiteraard zullen ook onaffe zaken worden genoemd, vragen aan de lezers worden gesteld, zal het Nederlands niet altijd tiptop zijn, zal er zeker in het begin onevenwichtigheid zijn, maar ik heb er vertrouwen in dat dat uiteindelijk wel goed komt.

En natuurlijk zullen ook hier blogs over de polder blijven verschijnen en zal er ook zeker geregeld verwezen worden naar gdp-stompwijk.nl. U wordt van harte uitgenodigd zo nu en dan de nieuwe website eens te bezoeken en vervolgens uw oordeel te vellen, hetzij via de aangeboden commentaar optie bij iedere publicatie, hetzij via de mail, aldaar in de recherkantlijn genoemd.

Geplaatst in stompwijk | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Hoezo ambitieus? Mag het iets minder zijn? II

Wie op de kaart, bewaart in het archief van het Hoogheemraadschap Rijnland met signatuur A-1327, en waarover ik eerder al verhaalde, kijkt, ziet dat de GDP in feite al zo’n beetje de contouren heeft van de huidige polder. Natuurlijk, de grenzen verschuiven later nog enigszins, zo gaat het gebied bij de Kostverloren weg later bij een andere polder horen, maar grofweg gezegd, zien wij de GDP. Uiteraard heet dat gebied dan nog geen Grote Drooggemaakte Polder, simpelweg omdat het nog geen polder is, tenminste, één polder is.

Sterker nog, we zien dat het gebied uit zo’n achttal kleinere gebieden bestaat, ieder eigenlijk kleine poldertjes. Een van die gebieden springt in het oog, maar voor dat ik daar nog iets over ga zeggen is het zinvol de diverse gebieden hier op te sommen. We beginnen bij de Landscheidingsdijk en wandelen zo naar de huidige Meerlaan.

Tekening van J.P. Dou van het poldergebied bij Stompwijk en Zoetermeer

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-1327, detail

  1. een zeer smalle strook van de Landscheidingsdijk naar de Kostverlorenweg, slechts enkel meters breed. Dit gebied heeft geen naam.
  2. dan een gebied begrensd door de Kostverlorenweg, de Starrevaart (die in 1626 kennelijk gewoon doorloopt tot zelfs bij Zoetermeer), de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heeft geen naam.
  3. dan een gebied begrensd door de Starrevaart, een voetpad, de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heeft geen naam.
  4. dan een gebied begrensd door het voetpad, de kade van de Piet Willem Iannen polder, de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heeft geen naam.
  5. dan een zeer bijzonder vormggegeven gebied begrensd door de eerste kade van de Piet Willem Iannen polder, de tweede kade van de Piet Willem Iannen polder, de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heet “Piet Willen Iannen polder”.
  6. dan een gebied begrend door de de tweede kade van de Piet Willen Iannen polder, de kade “op Willem Ians soons land leggende”, de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heeft geen naam.
  7. dan een gebied begrensd door de kade “op Willem Ians soons land leggende”, de kade van de polder met de naam “Aryen Gorssen Polder”, de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heeft de naam “Vranck Adriaen Vrancken Polder”.
  8. dan een gebied begrensd door de kade van de Vranck Adriaen Vrancken Polder, een sloot met de aanduiding “De Abdye van Rynsborch”, de Ommedijkseweg en de Stompwijkseweg. Dit gebied heeft de naam “Aryen Gorssen Polder” en is doorkruist met de ‘Nieuwe Wech”, tegenwoordig Meerlaan geheten. De sloot werd later Jan Koenen sloot genoemd.

Het is een raadsel waarom de tekenaar, J. P. Dou 1 , bij drie van de gebieden een naam geeft en bij één gebied een naam impliceert (nrs. 6-7). Of het moet zijn dat de gebieden echt werden gezien als een polder; dit is een omkaad of omdijkt gebied, waarbinnen de waterhuishouding apart geregeld werd onder verantwoordelijkheid van de eigenaar van het gebied. Uit de kaart valt overigens niet op te maken hoe dat dan gebeurde. De verlaten duiden uiteraard op waterniveau verschillen. Maar dit alles is een eigen interpretatie, die, voorzover ik weet, niet wordt ondersteund door de literatuur hieromtrent.

Zeer in het oog springt de vorm van de Pieter Willen Iannen Polder (5). Vlak na de huidige “Krom” -vanuit Leidschendam gezien- een tegen de Stompwijkseweg aangelegen gebied dat een smalle uitloper heeft, van vermoedelijk slechts enkele meters breed, helemaal naar de Ommedijkseweg.

Nog merkwaardiger wordt het als we ons realiseren waarom deze kaart in eerste instantie werd gemaakt. In de overzichtskaart wordt deze polder niet ingekleurd en feitelijk betekende dit dat dit merkwaardig vormgegeven gebied dus volledig buiten de boot viel in het beoogde opzet van het gebied, namelijk het creëeren van één grote polder in bestuurlijk zin, zie Hoezo ambitieus? Mag het iets minder zijn? I.

De vraag is dus: Waarom blijft dit wonderlijk gevormde gebied buiten de herschikking?

Meer algemeen zijn de volgende vragen:

  1. waarom hebben sommige gebieden een naam en andere niet? Zouden de naamloze gebieden soms al onder water staan en dus ‘verlaten gebieden zijn’?
  2. in hoeverre werkt de indeling van de GDP in 1626 nog door in de huidige GDP? Zo zien we dat de grens aan de rechterzijde van polder nr. 5 grofweg samenvalt met de plaats waar later de molengang verrees. De onderzijde van dit gebied valt grofweg samen met een van de tochtsloten in de latere polder.

“Een kaart werkt verhelderend” hoort men vaak. Minder vaak horen wij: “een kaart roept nieuwe vragen op”. Toch is dat hier het geval.

  1. Titel van de tekening: Ick Jan Pieters soo. Dou gesworen lantmeter ‘slants van Rijnlant getuijge mits desen dat ick ten versoucke van de requyranten volgens gedaen aenwijsinge van de opposanten gemaect en. hier afgebeelt hebbe de polder ten weder sijden als voren versocht volgens den verbale aenwijsinge bij mij hier waren op dese caert gedaen / welck ick gemaect hebbe bvij inspectie ten naesten bij opte schale der roeden hier boven gestelt. Actum de. XXIIIIen [24] marcij XVIc XXVI [1626] Jan Pieterszoon Douw. – Schaal [ca. 1:15.000]. – 1626. – 1 kaart : handschrift ,handschrift op perkament : gekleurd; 60×81 cm, blad 62×84 cm []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | 1 reactie

Eindelijk, daar is er dan één! (zo ongeveer dan)

Wat kan het toch raar lopen in deze wereld. Ben ik beroepshalve zo’n beetje de hele dag bezig met databases, maar komt het niet in mij op om eens te zoeken in de molendatabase. Een prachtige database met gegevens over bestaande en niet meer bestaande molens, wel met een ietwat stugge zoekinterface, maar al met al toch heel bruikbaar.

Ik ben op het bestaan van de molendatabase gewezen door mijnheer Nico van de Bos, nazaat van Klaas van den Bos die ooit machinist is geweest op gemaal De Volharding, het gemaal dat in plaats kwam van die drie molens in de Grote Drooggemaakte Polder. Nico reageerde op mijn eerdere blog De Drie Molens van Stompwijk (in de Groote Drooggemaakte Polder dan).

Hij meldde en ik herneem zijn woorden: “Ik weet wel voor 100% dat er in deze molens gewoond werd. Het waren grote 8-kante bovenkruiers met een (wiek)vlucht van 27 m. Dit waren en zijn eigenlijk de grootste watermolens, met de meeste capaciteit. Dat moet ook wel aangezien bovengenoemde polder zo’n 500 ha groot is…”.

In een persoonlijke emailuitwisseling wist Nico nog te vertellen dat de ondermolen niet is gesloopt, maar is afgebroken en elders herbouwd. En toen ik dit hoorde vielen er plots een paar kwesties op hun plaats. Het niet kunnen terugvinden in de krant uit 1884 dat het sloopmateriaal te koop werd aangeboden; de molen werd niet gesloopt maar verplaatst. En de mededeling in mijn familiegeschiedenis dat die molen er in december 1885 nog stond; kennelijk te wachten tot men elders klaar was met het bouwrijp maken en daarmee het verhaal van mijn oudoom bevestigend.

Het is ook logisch dat die ondermolen voor hergebruik in aanmerking kwam. Het was de jongste molen -zesentwintig jaar oud- die beslist nog in goede staat moet zijn geweest, gezien het feit dat pas enkele decennia eerder de molen was vervangen, dan wel grondig verbouwd na de brand van 1859 1 , zie mijn blog De brand in de ondermolen in de Groote Drooggemaakte Polder.

Goed, waar ging die molen heen? Uit de molendatabase blijkt dat de molen werd verplaatst naar Beringen in Limburg, tegenwoordig deel uitmakend van de gemeente Peel en Maas. En jammer maar helaas, de molen is in de tweede wereldoorlog gesneuveld. De ondermolen is nu dus echt weg! Als we nu zoeken in de molendatabase vinden we gelukkig wel een fotootje, dat ik hier toon, onder de nadrukkelijke vermelding dat de foto stamt uit de molendatabase.

De ondermolen van Stompwijk

De ondermolen van Stompwijk

Nu moeten we niet denken, dat, wat we hier zien, een preciese kopie is van de situatie in Stompwijk. Wat in de eerste plaats opvalt, is, dat de molen op een verhoging is geplaatst, de molen behoort tot het type bergmolen en dat was tie in Stompwijk beslist niet, want daar was het een grondzeiler. Verder was ook de functie een heel andere geworden. De molen is omgebouwd tot korenmolen en tot slot, ik betwijfel of de molen werd bewoond en dat werd tie in Stompwijk beslist wel. Zie trouwens de trap naar de deur, die hoger in de molen is aangebracht en dan daar boven weer een klein raampje. Is dat typisch voor een korenmolen?

Maar zo op het oog hebben we hier te doen met een knots van molen en dat was tie in Stompwijk ook.

  1. Er is iets opvallends aan de hand met de jaartallen die betrekking hebben op de molens. In de molendatabase staat bij de bovenmolen vermeld dat het bouwjaar 1767 was en het sloopjaar 1882 -de molen werd dus 115 jaar oud. Bij de middenmolen staat helemaal niks over bouw- dan wel sloopjaar. En de ondermolen was gebouwd in 1817, 1886 werd genoemd als het jaar waarin de molen werd overgebracht en 1944 als het jaar waarin de molen werd opgeblazen -de molen in twee verschijningsvormen werd dus 127 jaar oud. Maar wat is er gebeurd met de eerste ondermolen, die van c. 1767 tot 1817? []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | 1 reactie

Molenaarsbloed of toch niet?

Er is een belangrijke reden voor mijn belangstelling voor de geschiedenis van de Grote Drooggemaakte Polder.

Toen ik als middelbare schooljongen dagelijks langs de wereldberoemde Drie Molens nabij Leidschendam fietste, realiseerde ik mij ooit dat die molens *naast* de polder stonden waarin ikzelf woonde, maar dat er in mijn polder geen molen te bekennen viel. Mijn vader vertelde op mijn vraag daaromtrent ‘dat we daar tegenwoordig gemalen’ voor hebben. Maar dat er wel ooit drie molens hadden gestaan, hij wist zelfs te vertellen waar, ja dat zelfs nog een verre voorouder als molenaar werkzaam 1 was geweest op één van die molens. Het fijne wist hij daar ook niet van, moest ik maar eens aan opa vragen.

Maar hoe gaat dat? Je wordt wat ouder, de grote mensenwereld komt naderbij en daar wil je wel in passen, nietwaar? De molens verdwenen uit beeld, de vraag aan opa werd niet gesteld. En enkele jaren later kon dat ook niet meer; opa gestorven en weer wat jaartjes later; vader gestorven. Ik trok voor enige jaren weg uit Stompwijk om enkele jaren later weer terug te komen, want in mijn toenmalige woonplaats was na mijn studie geen geschikte -lees betaalbare- woonruimte te vinden en in Stompwijk wel.

En terug kwam ook de belangstelling voor de Stompwijkse geschiedenis en ik pikte dan ook dankbaar de oude verhalen op van familie en oudere buren. Verhalen over ‘de oorlog’ vooral. Geen molenverhalen.

Ik deed daar verder niet zo veel mee, het was meer voor eigen genoegen. Toch bleef de belangstelling wat sudderen en zo nu en dan werd even doorgeschakeld naar een hogere versnelling. Zo publiceerde ik wat oude fotootjes uit het Stompwijkse met observaties van mijn kant en nog deels terug te vinden in deze website. Ik hield mij een tijdje bezig met de uit Stompwijk afkomstige theoloog Dr. Van Noort, schreef daar zo nu en dan wel eens iets over. De fotootjes kwamen voor een groot deel uit het fotoarchief van mijn tante, zus van mijn vader, die net als ik grote historische belangstelling had.

Het was ook mijn tante, die mij de zogenaamde familiegeschiedenis ter hand stelde. Die door een broer van mijn opa op papier gezette familiegeschiedenis heb ik ook nog gepubliceerd in het blad van de vereniging Erfgoed Leidschendam 2 , omdat die geschiedenis zo’n aardig inzicht geeft in lokale gebruiken, meningen en gedragingen uit vervlogen tijden.

Om nog een reden vond ik de familiegeschiedenis een prachtig document, want hierin vond ik eigenlijk het antwoord op de vraag die ik aan mijn opa had moeten stellen. Wat wil het geval? Uit de familiegeschiedenis blijkt dat mijn (bet)overgrootouders (van vaders kant) op de ondermolen hebben bewoond en gewerkt. En zo heb ik dus toch een meer persoonlijke band met de verloren gegane molendriegang van de Grote Drooggemaakte Polder.

Ik citeer hier vier stukjes uit die familiegeschiedenis, die relevant zijn voor mijn verhaal:

Het was waar, Grootvader had altijd van die harde handen en diepe kloven van het vele werken. Hij maalde graag een molen. Ja ‘n molen maalen was zijn lust en zijn leven. Daarom ging hij, toen hij in 1850 met Cornelia van der Krogt getrouwd was naar Hazerswoude, waar hij een molentje gepacht had, in de polder Nieuw-Groenendijk. Op 22 Juni 1852 is moeder (Pietje Havik [de moeder van mijn grootvader dus, aj]) daar geboren. Zij hebben echter niet lang te Hazerswoude gezeten. In 1858 verhuisden de Havikken naar de onderste molen in de Stompwijkse polder.

Grootvader heeft heel zijn leven hard gewerkt. ‘t Gebeurde dikwijls dat hij ‘s nachts de molenmaalde en overdag uit werken ging. Sloot uitschieten, toemaken of grasmaaien al naar gelang de tijd van het jaar.

Grootvader Martinus Havik was ook maar een eenvoudige arme man, had een paar koetjes en maalde de onderste molen in de Stompwijksche Polder.

Gerrit Janson trok na zijn huwelijk met Pietje Havik in op de molen.

Dus in 1885 waren er al vijf kinderen. Toen werd de molen afgebroken; er kwam n.l. in 1885 een watermachine in de plaats van de drie molens … De verhuizing van de molen in de Stompwijksche Polder ging per schip, want een verhuiswagen bestond er niet en kon trouwens in de polder op de onderste molen niet komen. Zij droegen dan hun meubels en huisraad naar een schuitje in de Ringvaart.

Grootmoeder stierf nog op de molen in December 1885.

In mijn blog Te koop: sloophout en dergelijke gaf ik een tweetal berichten uit het Leidsch Dagblad over de verkoop van sloopmateriaal uit de sloop van de middelmolen en bovenmolen. die berichten stamden uit het najaar van 1884. Hoe verklaar je nu dit verschil in datering? Met een beetje goede wil kom ik daar nog wel achter.

We weten dat molenaars zwaar werden onderbetaald en dat zij daarom genoodzaakt waren naast hun molenwerk ook ander werk te verrichten. Vaak was dat het houden van wat vee en het werken voor anderen, tegenwoordig noemen we dat loonwerk, en dat is ook precies wat mijn  betovergrootvader deed.

De molenaar op de onderste molen bedreef ook vaak de visvangst, met name palingvissen was lucratief. Uit de familiegeschiedenis blijkt echter niet dat mijn verre voorouder dat inderdaad ook deed. 3

Het voert veel te ver om te zeggen dat ik dus molenaarsbloed door de aderen heb stromen, maar zo’n familiegeschiedenis prikkelt wel mijn belangstelling voor die molens in de Grote Drooggemaakte Polder in Stompwijk.

  1. In mijn blog Morgens en molenerven in de Grote Drooggemaakte Polder schreef ik nog: “het woord is kennelijk blijven hangen in mijn familie.” []
  2. Zie http://http://www.erfgoedleidschendam.nl/, maar helaas is niet het hele archief aldaar beschikbaar []
  3. Zie hierover: Molenleven in Rijnland : Bijdrage tot de kennis van het volksleven in de streek rondom Leiden / A. Bicker Caarten. Leiden, 1946. Ik citeer een stukje op blz. 56: “De molenaar weet zich dan ook van andere bronnen van inkomsten te voorzien. .. Velen verhuren zich als daglooner bij boeren of werken voor zichzelf als veehouder of tuinder anderen maken turf en klompen, vangen mollen en oefenen de vischvangst uit.” []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , | 2 Reacties

Hoezo ambitieus? Mag het iets minder zijn? I

Ik zak nog wat er verder in de tijd terug. in 1626 bestond er aanleiding om een kaart te maken van het grondgebied van wat nu het buurtschap Stompwijk is, inclusief omliggende gemeenten en polders.

Wat was het geval? Bestuurders hadden een plan bedacht om een geweldig grote polder te maken, zo groot dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat men werkelijk één polder wilde maken. Deskundigen en details in de kaart lijken mijn twijfel te bevestigen; het betreft weliswaar één polder maar met diverse zogenaamde onderbemalingen. Ik neem aan dat we het hebben over één polder in bestuurlijke zin.

De kaart en de begeleidende tekst bij de kaart 1 beschrijven echter niets wat met bestuur te maken heeft, wel met omvang en toegankelijkheid van het gebied.  De kartograaf heeft een fraai, kleurrijk stukje werk afgeleverd. Het gebruik van kleur had wel een duidelijk doel.

Ik laat zijn woorden spreken, die -ondanks het feit dat zij nu bijna 400 jaar oud zijn- nog goed te volgen zijn.

Verbaell ofte Verclaringe van de gelegentheijt van de polder die bij de Schouten en Ambachtsbewaerders van Soetermeer, Segwaert, Stompwijck en Wilsveen versocht wert. Mette gelegentheijt der opposanten voorstell…
Achtervolgende gedaen aenwijsinge, begeren de Requiranten te maken een polder als de gront hier opte caert afgebeelt en gecoleurt is, sulcx dat alle de ongecoleurde, wit gelaten, gront soude blijven buijten de polder.
Souden tot dien eijnde een Dam leggen in den Ringsloot van de Soetermeerse polder geteijkent met ‘D’. Ende maken ses verlaten als ‘A’ en ‘C’ beijde in de wall wateringe. Ende op elek eijnde van de Nieuwe Meerwech een verlaet als ‘E’ in de ommdedijcse wateringe en ‘I’ in de Stompwijckse wateringe. Noch twe bij de Vliet als ‘G’ en de Corssen vaert aan de Cnip-laen, en ‘H’ in de Starrevaert.
De polder caden werden opte caert gesien: afgeteijkent en opte weegen en Lantscheijdinge leggende.
Opposanten voorstel
Daer tegens versoucken de opposanten dat alle polders en landen buijten de voort… polder sullen blijve die met ??? orangien en licht groen sijn gecoleurt, sulcx dat alsdan de polder soude blijven begrijpen alle de grond ofte landen die met gelijck ofte eenparick? groen hier op te caert gecoleurt en gesignieert sijn.
Dien volgende soude de polder hebben vier verlate. Als de voors. twe in de wallwateringe, gheteikent met ‘A’ en ‘C’ een in den ommedijckse wateringe geteikent met ‘K’ en de vierde in de serre-sloot ‘L’. Ende soude dien volgens geweert blijven de vier verlaten bij de requirant geordonneert, geteikent met ‘E’ ‘I’ ‘G’ en ‘H’.
Waer door dat de Stompwijckse wateringe mette starrevaart, corssenvaert en weese sloot alle onverhindert en open sulle blijven.
De polder caden werden als boven opte caert gesien en legge voorts opte weegen en lantscheijdinge.
Aldus uijten monde van de opposanten verstaen en hier figuerlijck afgebeelt.
Pieters Dou.

Plattegrond van Stompwijk en omstreken in begin 17de eeuw

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-1327, uitsnede

Ik heb de originele kaart verregaand verkleind 2 en er zelfs nog een uitsnede van gemaakt. De begeleidende tekst van Dou heb ik er nog afgesneden en is dus niet zichtbaar. Niettemin kunt u nog een vrij grote afbeelding bekijken als u klikt op de afbeelding.

Voor de duidelijkheid heb ik met rode en blauwe cirkeltjes nog de plaatsen aangeduid waar de verlaten zouden moeten worden geplaatst; rood die van de bestuurders, blauw die van de bezitters en het oranje vierkant verwijst naar de dam.

Waar het dus op neer kwam was dat de beide partijen, de bestuurders en de landeigenaren, verschilden van mening over de zo veel mogelijk onbelemmerde vaart in de Stompwijkse vaart en een aantal andere sloten. Ik heb wel het vermoeden dat de eigenaren 3 niet alleen dachten aan het algemene belang. Dou heeft in de kaart nog twee wit gebleven -en dus sowieso niet behorende tot de beoogde polder- gebieden aangegeven dat zij in bezit waren van (een van) de opposanten Het betreft het gebied waar nu ongeveer de Gecombineerde Huiszitter- en Meeslouwerpolder ligt:

Gebied van (enkele) opposanten mbt polderplan in 1627

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-1327, detail

Op de plaatsing van verlaat ‘G’ -de rode cirkel- zat men natuurlijk hier niet te wachten, want hoe kom je onbelemmerd in de Stompwijkse vaart met je schuit als je terrein aan een zijde met een kade wordt afgescheiden van diezelfde vaart, zie de tekst links in de afbeelding: “hier versoucken de requiranten de polder cade te leggen”. En als je zelf geen bootjes of schuiten in bedrijf hebt; een verlaat op of vlak naast je terrein zal beslist overlast geven.

Wordt vervolgd!

  1. Titel: Ick Jan Pieters soo. Dou gesworen lantmeter ‘slants van Rijnlant getuijge mits desen dat ick ten versoucke van de requyranten volgens gedaen aenwijsinge van de opposanten gemaect en. hier afgebeelt hebbe de polder ten weder sijden als voren versocht volgens den verbale aenwijsinge bij mij hier waren op dese caert gedaen / welck ick gemaect hebbe bvij inspectie ten naesten bij opte schale der roeden hier boven gestelt. Actum de. XXIIIIen [24] marcij XVIc XXVI [1626] Jan Pieterszoon Douw. – Schaal [ca. 1:15.000]. – 1626. – 1 kaart : handschrift ,handschrift op perkament : gekleurd; 60×81 cm, blad 62×84 cm []
  2. Ik gebruik zelf een hoogwaardige scan die maar liefst ruim 200 MB groot is en daarom hier niet gebruikt kan worden! []
  3. De polder naam luidt: Piet Claesz van Campen polder. Het was vrij gebruikelijk dat men kleinere polders de naam van de grondeigenaar gaf. Dat zou dus kunnen betekenen dat één van de opposanten P.C. van Campen was. Maar dit is slechts een veronderstelling! []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , , | 1 reactie

Morgens en molenerven in de Grote Drooggemaakte Polder

In mijn eerdere blog ‘1746: Veel staat onder water in Stompwijk‘ vertelde ik over de noodzaak om bij droogmaking goed beslagen ten ijs te komen. Ik besloot die blog met de zin “Maar daar waren natuurlijk meer gedetailleerde plannen en kaarten voor nodig.” In mijn vorige blog ‘Bruggen en quakels om de polder te kunnen droogmalen‘ liet ik zo’n gedetailleerd plan of liever voorstel zien.

Maar daar bleef het natuurlijk niet bij. Toen de kogel door de kerk was en de plannen nu ook werkelijk uitgevoerd konden gaan worden, moest natuurlijk wel in kaart gebracht worden wat met de beschikbaar komende gronden te gaan doen. En wat je ook beslist om te gaan doen, een gedetailleerde kaart moest eerst worden gemaakt. Een kaart van de polder waarop precies de percelen staan aangeduid, die verpacht dan wel verkocht konden gaan worden. En zo’n plattegrond werd gemaakt. Diverse zelfs.

Één perceel had echter op voorhand een bijzonder karakter. Een perceel dat qua ligging en bestemming apart was, namelijk het terrein waarop de molens zouden verrijzen die verantwoordelijk waren voor de droogmaking en het vervolgens drooghouden van de polder. Niettemin werd voor dit bijzondere stuk van de polder dezelfde nauwkeurige bemeting uitgevoerd als voor de andere percelen. Tot op de vierkante decimeter werden de gronden, sloten en boezemwateren opgemeten en gerubriceerd. Zo zien wij op onderstaande (deel van een) kaart 1 de schaalverdeling en enkele kavels.

molenperceel grote drooggemaakte polder

Uit: Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-3152. Uitsnede

Op de fraaie kaart zien wij het iets schuin instekende perceel waarop de molens een plek vonden en, ja hoor, de molentjes zijn weer ingetekend! De door slootjes, boezemwateren en molenerven onstane terreintjes werden van een letter voorzien. Dan weten we beter waar we het over hebben, nietwaar? De overige afgebeeldde percelen of kavels hebben een nummer en dat ontbreekt voor het ‘molen’ perceel, daarmee aangevende dat het gebied niet bestemd is voor de pacht of verkoop.

Tja, aan dat opmeten moet een ongelooflijk hoeveelheid werk hebben vastgezeten dat zijn weerslag vond in ongetwijfeld uitgebreide kladjes en tabellen. En voor ons moderne lieden ligt het allemaal ook nog lastig, want er werd niet gemeten in meters. Het metrieke stelsel werd pas 50 jaar later ingevoerd in Nederland. In onze regio werd gemeten in een Rijnlandse maatvoering.

Oppervlakten werden aangeduid met morgens, honden en roeden. 1 morgen is 8.516 vierkante meter, er gaan 6 honden in 1 roede en dus is een hond 1.419,30 vierkante meter en er gaan 100 roeden in 1 hond, dus dat leert ons dat een roede 14,19 vierkante meter is.

Ikzelf heb een typisch alphabrein en kan me dus bij dit soort cijfers eigenlijk niet zo veel voorstellen over de omvang van een bepaald gebied. Om het mezelf wat eenvoudiger te maken, stel ik mij altijd vierkanten voor in dit soort situaties. Dan is een morgen een vierkant gebied van 92,28 bij 92,28 meter, een hond een vierkant van 37,67 bij 37,67 meter en een roede een gebied van 3,77 bij 3,77 meter. In werkelijkheid zijn de gebieden in onze kaart, dus de percelen en wateren natuurlijk niet vierkant, maar ik kan me er nu tenminste iets bij voorstellen.

Aan de linker kant van de kaart staat een opsomming van oppervlakten. Bovenaan staat het woord ‘Transport’ waarmee tellingen van elders naar dit blad worden gebracht. Daarmee wordt geimpliceerd dat er meerdere bladen zijn met eveneens oppervlaktenmetingen van andere gedeelten in de polder 2 . Iets onder het midden staat de uiteindelijke totaaltelling: 540 morgen 3 hond en 71 roeden. Voor de alpha’s onder ons, dat levert een vierkante polder op van 2.145,7 bij 2.145,7 meter.

Opsomming oppervlakten in Grote Drooggemaakte Polder

Uit: Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-3152. Uitsnede

Buiten deze totaaltelling is het perceel gehouden waarop de molens stonden. Nu voert het te ver ieder gebiedje hier te noemen. Ik zou willen volstaan met het noemen van de oppervlakten van de als zodanig aangeduide ‘molenwerven’ 3 .

  1. Het erf van de ondermolen was 2.611,5 vierkante meter
  2. Het erf van de middenmolen was 2.157,3 vierkante meter 4
  3. Het erf van de bovenmolen was 2.455,4 vierkante meter

Het hele perceel, dus inclusief de boezems en kolken, was, als we het ons voorstellen als een vierkant terrein, 199.5 bij 199.5 meter.

  1. Eigenlijk is de kaart geen echte kaart, maar een tekening opgenomen in een schrift of zoiets. []
  2. Rechtsboven op de kaart staat trouwens klein ’21′ en linksboven op de pagina met de opsomming ’20′. []
  3. Een werf is een woord dat voornamelijk wordt gebruikt in relatie tot scheepsbouw, maar kan ook een terrein zijn waarop hout is opgeslagen. Ik zei vroeger altijd ‘werft’ als ik het terrein rondom het ouderlijk huis bedoelde want dat zeiden we allemaal thuis. Ik veronderstelde altijd dat dat een soort verbastering was van het woord ‘erf’, waarbij ik het opduiken van de letter ‘t’ niet kon en kan verklaren. Aardig is om in dit document te zien dat ieder molen[w]erf hier ‘werft’ wordt genoemd: ondermolen werft, middelmolen werft en bovenmolen werft. Het woord is kennelijk blijven hangen in mijn familie. []
  4. Het kleinste terrein dus en als we het terrein als grond nemen voor de omvang van de molen moet de molen dus ook het kleinst zijn geweest. Hierin wordt ik gesteund door het feit dat na sloop van deze molen ‘slechts’ 150.000 stenen konden worden verkocht. De bovenmolen, gelegen op een groter terrein, leverde 160.000 stenen op. Zie : Te koop: sloophout en dergelijke []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Bruggen en quakels om de polder te kunnen droogmalen.

Toen eind jaren zeventig van de achttiende eeuw de plannen om het gebied, dat nu de Grote Drooggemaakte Polder (GDP) in Stompwijk is, te gaan droogmalen, moest natuurlijk de situatie ter plekke in ogenschouw genomen worden. Op basis van wat men waarnam, moest uiteraard een grondig plan voor droogmaking gemaakt worden. Om maar eens iets eenvoudigs te noemen; al dat water dat uitgeslagen moest gaan worden, moest natuurlijk wel ergens heen. Het liefst snel en zonder schade aan te brengen aan belendende werken als bruggen en dijken.

In het geval van de GDP lag de afvoer van het water via de Knip Waatering naar de Vliet voor de hand. Maar, naar het zich zo laat aanzien, dan moest er wel een doorgang komen naar die Knip Waatering. Kennelijk was die er dus niet of in ieder geval was die doorgang niet groot genoeg. En natuurlijk moest er dan ook gesteggeld worden over de kosten. Moesten aanpassingen aan bestaande werken worden betaald door de ‘eigenaren’ of ‘beheerders’ van die werken, ook als zij niet direct betrokken waren bij de droogmaking?

Met al deze vragen in het hoofd trok de heer Melchior Bolstra 1 in 1768 naar het plassengebied bij Stompwijk, meer precies dat stukje van het terrein waar de feitelijke uitwatering zou gaan plaatsvinden; het gebied rondom de huidige Kniplaanbrug. Bolstra maakte er een schets en pende er een verhaal bij 2 . En in die schets een tekeningetje van de bovenmolen, helaas slechts schetsmatig, maar allengs groeit mijn verzameling plaatjes van de molendriegang schuin tegenover de Kniplaan wel, maar dit terzijde! De brug en de tijdelijke puntdam zijn ook ingetekend.

Schets bovenmolen van Grote Drooggemaakte Polder

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-2211, detail

Ik vind het aardig om het epistel van Melchior Bolstra hier in zijn geheel weer te geven, omdat het een goede indruk geeft over de vragen waar men zich bij een dergelijk groot project mee bezighield, ja mee bezig moest houden. In de schets lezen wij aanduidingen en namen van het uitgebeelde, zoals ‘quakel’, ‘valbrug’ en ‘puntdam’ en natuurlijk werden de wegen en wateringen genoemd. Bolstra heeft een letter ‘a’ in zijn schets gezet om precies aan te geven op welk gebied zijn opmerkingen betrekking hebben.

Het complete verhaal van Bolstra inclusief schets

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-2211

Bovenste stuk tekst: a. de versogte opening in de kniplaen ‘t enden de quakel en valbrug, die tans bij het ambagt onderhouden word en bij het maaken van de opening letter a tot onderhoud van dezelve blijft, met de sloott en schoeijeng teigens de stompwijks weg, dog bij het maaken van de versogte opening behoorde het onderhoud van de sloott aan de zijde van de kniplaen, met al het geen tot de versogte opening gerequireerd word te blijven voor rekening van de droogmaakerij, het welk in apointmet? 3 te stellen, vindende voort overige geen remarques. M: Bolstra

Onderste stuk tekst: het maaken van de gerequireerde opening in de kniplaen soo van timmeren als aardwerk, voor reeken: 4 van de gecombineerde polder ofte droogmaakerij onder soetermeer en stompwijk met het onderhout van de schoeijeng van dezelve laan deur 5  de leggers en dekzel tot aan de valbrug. welk valbrug quakel schoeiijeng Stompwijkerweg, sloot en paelen tusschen beide openingen waar op het val van de brug op komt te rusten blijft alles int onderhout ten laste van het ambagt.

Tot slot nog een detailbeeld van de situatie rondom de beoogde brug en kwakel bij de Kniplaan. Zelfs de palen waarop het brugdek rust zijn ingetekend (de kleine cirkeltjes links op de tekening) om iedere vorm van misverstand te voorkomen: die palen zijn voor rekening van het ambacht Stompwijk!

De beoogde brug en kwakel bij de Kniplaan

Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-2211

  1. Voor meer gegevens over leven en werk van Bolstra, zie het Nieuwe Nederlandsch Biografisch Woordenboek [NNBW], deel 6, p. 146-147. []
  2. [Kaart van de uitwatering van de molens van de droogmakerij onder Zoetermeer, Stompwijk en Wilsveen] / Melchior Bolstra. – Schaal [ca. 1:400]. – 1768. []
  3. Lees ik dit goed? En wie kan mij uitleggen wat er wordt bedoeld? []
  4. Afgekort: reekening. []
  5. Lees ik dit goed? En wie kan mij uitleggen wat er wordt bedoeld? []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , , | 2 Reacties

1746: Veel staat onder water in Stompwijk

Bolstra: Rijnland, 1746.

Uit: Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-4493. Uitsnede

In 1746 verscheen een derde editie van een overzichtskaart uit 1647. De kaart werd ooit gemaakt door de heren Dou en Van Brouckhuijsen, maar dus bijna 100 jaar later bijgewerkt door de bekende Melchior Bolstra 1  juist om het plassengebied in dit deel van Rijnland eens goed in kaart te brengen.

Dat is uitstekend gelukt! U ziet op de overzichtskaart dat de gebieden die bestaan uit plassen en moerassen zijn aangegeven door arceringen en juist de polder waar mijn interesse naar uitgaat (de Grote Drooggemaakte Polder) is eigenlijk geen polder maar een plas. Behalve het inzicht dat de polder rond 1750 eigenlijk nog geen echte polder is, is er toch nog een aantal andere opvallende zaken te zien. Zo staat keurig aangegeven waar er bruggen zijn en kwakels (quakels), hoe de wegen heten -Stompwijcker Wegh, Meer Laan-  en de belangrijke waterwegen -Stompwijcker Waterringh, Ommedijksche Waterringhe-, kortom met de informatievoorziening zit het wel goed.

Ik vermoed wel dat deze aanduidingen al zijn aangebracht door Dou en confrater (in 1647) en dat Bolstra de arceringen heeft aangebracht en de aanduidingen als “Verslag Turf de Landen” (in 1746). Eigenlijk had het gebied dus geen echte naam, althans op deze kaart, tenzij Bolstra die naam heeft weggepoetst in zijn aanpassingen van de kaart. 2

Opvallend is verder dat de kaart nog aangeeft dat het bedoelde plasgebied op één plaats voor de scheepvaart toegankelijk was, namelijk een verlaat bij herberg “De Schenkkan”, precies tegenover de Kniplaan. Verder geen spoor van een kerk, hoewel die in het verder lege Wilsveen wel was ingetekend, maar ja, Stompwijk was katholiek hè.

Ook geen spoor van een molen in de latere Grote Drooggemaakte Polder en dat is opmerkelijk, want in kleinere polders, hoewel volledig verslagturfd en dus ook onder water, staan ze wel: Kleine Blankaartpolder en de half ondergelopen Kniplaenspolder. De kaart hieronder bevat een detail van de kaart hierboven, maar ik heb de polder een beetje naar rechts gekanteld. Het molentje in de “Cleyne Blanckaert” is nog wel zichtbaar (rechts onder). Als u klikt op het plaatje verschijnt er een grotere weergave die beter te ‘lezen’ valt.

Grote Drooggemaakte Polder voor droogmaling in kaart van Bolstra 1746.

Uit: Collectie Hoogheemraadschap van Rijnland, A-4493. Detail

Het zou mij niets verbazen als deze prent de grondslag is geweest voor de plannen die dertig jaar later leidden tot de droogmaking van deze polder. Maar daar waren natuurlijk meer gedetailleerde plannen en kaarten voor nodig.

  1. Melchior Bolstra, 1704-1776. Het titel van het boek luidde “‘T Hooge Heemraedschap van Rhynland”. Het verscheen in 1746 bij Isaak Trigion in Amsterdam. Mocht u het boek ergens op zolder hebben liggen; het is ongeveer € 5.000,00 waard op dit moment. []
  2. Bij herdrukken van kaarten werden vaak de -soms oude- etsplaten voor de afbeeldingen en kaarten opnieuw gebruikt. Soms blijven dan restanten uit het verleden ten onrechte staan. Zo zien wij hier op de kaart nog dat de Drie Molens in de Driemanspolder nog de Vier Molens zijn. In 1687 al verloor deze molengang de bovenmolen, dus 60 jaar voor dat Bolstra aan de slag ging met de kaart! En verder zien we nog elders op de kaart niet goed wegge-etste teksten doorschemeren. []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , , , | Een reactie plaatsen

De brand in de ondermolen in de Groote Drooggemaakte Polder

Terugbladerend in de krantenbank van Digitale Krantenarchief – Regionaal Archief Leiden kwam ik het volgende nieuwsbericht tegen 1 :

Op 30 Augustus, omstreeks half 9 ure in den avond, ontstond door het inslaan van den bliksem de brand in den ondermolen van den grooten drooggemaakten Stompwijkschen polder. Ondanks de lofwaardigste inspanning bij de aanwending der beschikbare brandbluschmiddelen, werd de molen een prooi der vlammen; de belendende zomerhuizing, hooiberg en korenschelf werden behouden.

Even schoot het door mijn hoofd dat deze brand dan misschien de reden was waarom ik later de sloop van deze molen niet in de kranten, zie mijn vorige blog “Te koop: sloophout en dergelijke” is terug te vinden. Maar al gauw realiseerde ik mij dat er toch zeer waarschijnlijk echt drie molens nodig waren om de polder droog te houden. De molens werden gesloopt in 1884 en het lijkt dan ook zeer onwaarschijnlijk dat er gedurende ruim 26 jaar slechts met twee molens zou zijn gemalen. De molen zal wel herbouwd zijn, om dan dus 26 jaar later gesloopt te worden.

Tragisch is het vervolg van het nieuwsbericht. Wat daarbij opvalt is de openheid waarmee men verslag van zaken deed. Als er een leeswijzer zou zijn geweest in 1859 dan moeten we toch denken aan lezers van 12 jaar en ouder. Wat te denken van “bestaande uit de romp waaraan het achterhoofd, zijnde het aangezicht vernietigd” of in een ander bericht uit de zelfde aflevering van deze krant “bragt hij haar met een mes, dat aan beide zijden geslepen was, zeven wonden toe”.

Hierbij het hele bericht:

brand in de ondermolen in de grote drooggemaakte polder te stompwijkbrand in de ondermolen van de grote drooggemaakte polder in stompwijk

  1. In: Leidsche Courant, 7 september 1859 []
Geplaatst in stompwijk | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Te koop: sloophout en dergelijke

Steeds meer kranten komen digitaal beschikbaar. Met name bibliotheken als de Koninklijke Bibliotheek zijn erg actief in het scannen en beschikbaar stellen van oude kranten. En natuurlijk zijn deze kranten een zeer belangrijke bron voor allerhande wetenschappers, zoals geschiedkundigen.

Maar ook archieven plaatsen steeds meer materiaal op het internet. Zo heb ik in deze blog al het nodige laten zien, bijvoorbeeld landkaarten in “De Drie Molens van Stompwijk (in de Groote Drooggemaakte Polder dan)” en “Geriefhoutbosjes en Stompwijk“.

En gelukkig zien wij dat ook op regionaal gebied er van alles wordt ondernomen. Zo is nu op de website van Digitale Krantenarchief – Regionaal Archief Leiden een enorme hoeveelheid krantenpagina’s te doorzoeken. en dat is voor Stompwijkers natuurlijk erg interessant. Vanouds werden er in Stompwijk veel kranten gelezen uit Leiden, met name de Leidsche Courant, want die krant had een katholieke signatuur.

Bovendien was men in het Stompwijkse zeer gericht op Leiden: kinderen gingen er naar de middelbare school, zieken en gewonden naar Leidse ziekenhuizen en de belangrijkste, want duurste, inkopen als schoeisel, kleding en zo, werden gewoon in de Breestraat en de Haarlemmerstraat gekocht. De aanbiedingen en voordeeltjes moesten dus goed in de gaten gehouden worden!

Gezien mijn liefhebberij met betrekking tot de drie molens in de Grote Drooggemaakte Polder maar eens in de genoemde krantenarchieven gezocht. En tot mijn verdriet kwam ik de volgende teksten tegen:

verkoop sloop materialen middel molen in Leidsch DagbladLeidsch Dagblad, 22 september 1884: Uit het sloopmateriaal kunnen we afleiden welke techniek werd gebruikt om het water uit te slaan op de voorboezem, richting bovenmolen. Wat vooral opvalt is de enorme hoeveelheid steentjes, het moeten grote molens geweest zijn.

 

 

verkoop sloopmateriaal bovenmolen in Leidsch DagbladLeidsch Dagblad, 22 december 1884: Ik begrijp niet zo goed waarom in deze aankondiging niet een uitvoerige opsomming werd gegeven van de soorten sloopmateriaal. In ieder geval heeft de notaris met gevoel voor understatement wel aangegeven, dat de materialen kunnen worden afgevoerd via het water. Bij een bovenmolen moet dat inderdaad niet zo moeilijk geweest zijn.

 

Ik heb de verkoop van het sloopmateriaal van de ondermolen niet in het krantenarchief kunnen terugvinden, maar afgaande op een slooptijd van ongeveer drie maanden, zal dat ergens in juni 1884 zijn geweest.

Ik blijf het jammer vinden!

Geplaatst in stompwijk | Getagd , , | 2 Reacties